Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

purgerende middelen, calomel met jalappa, middenzouten, azijnzure potasch, digitalis, salpeter, kleine giften spiesglansbereidingen enz. toe.

§ 759. Dikwijls wijkt de etterborst voor deze geneeswijze niet en nu doet zich de vraag op omtrent de doelmatigheid van de verwijdering der pleuritische uitzweeting door de paracentesis. Hoogst moeijelijk is het, den tweespalt der gevoelens over dit strijdig punt bij te leggen. Aan diegenen, welke de kunstbewerking uitstellen, wordt door hunne tegenstanders verweten, dat zij het gunstig tijdpunt verzuimen, dat dit verzuim de schuld draagt van de menigvuldigheid van den ongelukkigen afloop, dat hoe langer het vloeibaar ziektevoortbrengsel in de borstholte terugblijft, de zameiidrukking en eindelijke onbruikbaarmaking van het longweefsel bevorderd wordt, dat in de regte evenredigheid van den langeren duur van de belemmering der ademhaling en der natuurlijke bloedmaking de kwaadsappige toestand der lijders meer en meer toeneemt, en zich tegen den goeden uitslag der eindelijk toch noodzakelijk wordende kunstbewerking verzet. De tegenpartijders der paracentesis voeren daarentegen aan, dat de tot dusver verkregene uitkomsten der kunstbewerking niets minder dan uitlokkend zijn, dat de opslorping zelfs in de hopeloos schijnende omstandigheden nog buitengemeen helpen kan, en eene behoorlijk geleide, inwendige behandeling in de meeste gevallen voldoende is, maar dat daar, waar zij niets vermag, de kunstbewerking niet in staat is den doodelijken afloop af te keeren.

§ 760. De waarheid zal hier wel in bet midden liggen. Nadat de ondervinding geleerd heeft, dat inderdaad de grootste uitzweetingen in de borst door opslorping kunnen verdwijnen, zou het vermetel zijn, dezen weg ter genezing niet te beproeven en onmiddellijk tot eene kunstbewerking over te gaan, die dan toch, in weerwil van alle volmaking, in hare dadelijkeen nawerkingen zeer bedenkelijk blijft. Ook behoeft men niet te vreezen, dat de longcellen zoo snel door de drukking van het vocht blijvend ontoegankelijk zullen worden. Zoolang de ontstekingachtige vochtstilstand duurt, zoolang voorts de belemmerde ademhaling niet eenen zeer hoogen graad bereikt, zoolang de afscheidingswerktuigen bezig zijn, inzonderheid wanneer tevens de natuurkundige onderzoeking eene vermindering in de hoeveelheid uitgezweete stof doet herkennen, zoolang er geene kwaadsappigheid aanwezig is, — moet men door bevordering der opslorping de genezing der etterborst trachten te verkrijgen. Hiertoe is óf de boven opgegevene tegen pleuris ingerigte handelwijze en de zachte bevordering der uitscheidingen voldoende, óf men verbindt deze geneeswijze met krachtige afleiding op de huid door het aanleggen van groote Spaanschevliegenpleisters, die men in ettering houdt, van moxas, ettersnoeren op de borst. Waar eindelijk ook deze middelen onvoldoende zijn, onderwerpt men den lijder óf aan eene doordringende kwikbehandeling naar Hope's manier, óf aan het gebruik van iodium, ioodijzer, ioodpotassium volgens Squire, Stokes, Wihiams en anderen (1).

(1) Stokes laat den lijder dagelijks IJ pint van Lugols iodiummineraal-water drinken en van 2 drachmen tot J once van de gewone iodiumzalf in de zieke zijde inwrijven. Williams geeft ioodpotassium in de gift van 2—3 grein; 5—4 maal daags. Bij verzwakte voorwerpen is het ioodijzer nuttiger. Doorgaans bevorderen de iodiumbereidingen de pislozing.

Sluiten