Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat zij zich nog in een ander ingewand plaats gekozen heeft, naar de longen op; deze is de eigenlijke primitive pneumotyphus. Of bij den zoogenoemden primairen darmtyphus kan zich (misschien uit overmaat van typheuse stof en ongeschiktheid van het slijmvlies der darmen, om haar alleen tot uitscheiding te brengen) eene secundaire medeaandoening der luchtbuizen en des eigenen weefsels der longen voegen (secundaire pneumotyphus). Eindelijk kan in typhuskoortsen nog eene derde soort van vochtstilstand in de longen daardoor ontstaan, dat ten gevolge van een langdurig liggen op den rug en eene verzwakte zamentrekkingskracht der vaten, zich eene hypostatische longontsteking ontwikkelt. De hypostasis in het longweefsel zelf is nu aanleiding tot het afzetten van typheuse vormingsstof in het aangedaan weefsel.

\

Verschijnselen der typheuse longontsteking.

§ 775. A) Primaire longtyphus. 1) Tydperk van liet niet vastgezet ziekteproces. Dikwijls wordt het opkomen der plaatselijke verschijnselen door een korter of langer tijdperk van voorboden voorafgegaan, gelijk die ook als het eerste tijdperk van andere cosmische ziekteprocessen waargenomen worden , welke in koude rillingen , die met hitte afwisselen, neêrslagtigheid f groote afmatting, zwervende pijn in de leden, gebrek aan eetlust, dofheid in het hoofd, angst, onrust, slapeloosheid, neiging tot braken, braken enz. bestaan. Huivering, hitte, koorts zijn gewoonlijk verscheidene uren, zelfs dagen lang aanwezig, voordat het post vatten in de borstingewanden zich door bepaalde verschijnselen kenbaar maakt. Echter is dit eerste tijdperk der ziekte gemeenlijk korter, dan bij ileotyphus.

776. 2) Tijdperk van postvatting van den typhus in de longen. Nu klagen de zieken over pijn in de borst, onder het borstbeen, hevige steken in de zijden; daarbij groote beklemming, angst, en moeijelijk, versneld ademhalen; meest drooge hoest of spaarzame, met bloed gestreepte, safraangele, schuimachtige, taaije fluimen, somwijlen onbeduidend bloedspuwen. Het gelaat is aanvankelijk rood (dikwijls slechts de wang aan de aangetaste zijde), maar valt spoedig in, wordt bleek of aardvaal. De oogen hebben een dof uitzien, de huid is brandend heet, de beslagene tong wordt spoedig droog ; de pis somwijlen troebel, dik. De pols is slechts in het begin vol, meestal week en ligt zamen te drukken , wordt spoedig klein en nalatend. Deze verschijnselen, als ook de hoofdpijn en de algemeene zwakte nemen voortdurend toe. Eindelijk bewusteloosheid, stil ijlen, slaapzucht, peeshuppelingen , beven, hik , stuipachtige bewegingen. — Dikwijls houden omstreeks het einde der ziekte de pijnen in de borst plotseling op; rogchelen op de borst en veelvuldige flaauwten verkondigen den naderenden doodelijken afloop.

§ 777. De teekenen van auscultatie en percussie zijn dezelfde als in de gewone longontsteking. Men hoort aanvankelijk velerlei reutelgeluiden; eindelijk verdwijnt het ademhalingsgeruisch geheel en al; de percussieklank wordt van lieverlede dof. Deze kenteekenen beperken zich meest bij voorkeur tot het onderste gedeelte van eene zijde. Er komen gevallen voor, waarin de zieken weinig ov.er de borst klagen en waar de natuurkundige

Sluiten