Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woordige ziekte door eenen hoogen ouderdom, -vroegere ongemakken, uitspattingen , armoede enz. zeer in krachten gedaald, of heeft eene te krachtdadig verzwakkende behandeling zijnen -voorraad van krachten uitgeput, is door eenen langen duur der longontsteking het bloed volkomen ontmengd, dan kan de toestand des lijders tot -verlamming naderen; de fluimlozing houdt op, de borst reutelt, er breekt koud zweet uit, de pols wordt kleiner, sneller, draadvormig, het bleek, aardvaal gelaat valt meer en meer in, neemt de hippocratische trekken aan, nu ontstaat het ijlen uit zwakte, peeshuppelingen, rillen enz. Hier is nu werkelijk de prikkelende geneeswijze op hare plaats; maar zeker doet men beter dezen toestand niet met den naam van zenuwachtige longontsteking, maar met dien van uitgang der longontsteking in torpor of verlamming te bestempelen.

§ 785. Hoe de eigenlijke longtyphus zich v5n alle voorafgaande toestanden onderscheidt, behoeft na de boven gegevene beschrijving niet nader te worden uiteengezet. Het epidemisch verschijnen dezer in oorsprong verschillende soort van longontstekingen weert het dwalen meestal, ofschoon ook in het begin eener epidemie gemeenlijk misgrepen plaats vinden. Ik twijfel er niet aan, of zulke longontstekingen ook niet wel sporadisch voorkomen; dan moet het gestel, de levenswijze des lijders, de loop der ziekte, en inzonderheid haar toestand bij proefaderlatingen beslissende uitkomst geven.

§ 780. Eindelijk heeft men zeker ook gevallen van zelfstandig koudvuur der longen, van bronchitis capillaris tot zenuwachtige longontsteking gerekend. De onderscheiding dezer ziekten van longontsteking vindt men in de over dezelve handelende hoofdstukken.

Oorzaken der typheuse longontsteking.

(jj 787. De geschiedenis leert ons, dat de longtyphus op zekere tijden in epidemien verschijnt. De epidemische gesteldheid, waaruit hij zich ontwikkelt, kan verscheidene jaren lang duren. Men heeft haar in gezelschap van tusschenpoozende koortsen, met andere typheuse ziekten zien voorkomen. Hij ontwikkelt zich op vele tijden en vele plaatsen, totdat hij eene smetstof voortbrengt. Van de cosmische vereischten tot zijn ontstaan weten wij echter tot dusver zoo goed als niets. De meeste epidemien van dien aard kwamen in het voorjaar voor, vele na eenen zeer harden winter, die op eenen zeer heeten zomer volgde. Echter kan men hieruit niets voor het ontstaan dezer ziekte opmaken; want het tegenovergestelde heeft ook plaatsgegrepen en onder gelijke toestanden van den dampkring (voor zoo ver wij die tot dusver weten te beoordeelen) verscheen er geen longtyphus. Alleen eene naauwkeurige vervolging der geschiedenis, die zich voor als nog moet veigenoegen, met alleen daadzakelijk te zijn, en de naauwkeurige waarneming van nieuw verschijnende epidemien van deze soort kunnen het middel tot oplossing van dit raadsel worden.

§ 788. Volgens Rokitansky vatten de meeste zonder darmlijden voorkomende typhen, inzonderheid die met uitslag, in de longen en op de luchtbuizen post (1). In den laatsten tijd schijnt het typhusproces weder meer

(1) T. a. p. p. 105.

Sluiten