Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

neiging te hebben, om op de borstingewanden zijne zitplaats te nemen, nadat de longtyphus in de laatste tientallen van jaren bijna geheel van het tooneel was verdwenen en aan den ileotyphus de alleenheersching had overgelaten.

§ 789. Dikwijls verschoont de longtyphus geenen leeftijd en geen geslacht. Echter zijn er epidemien voorgekomen, in welke individus van 16 jaren niet aangetast werden (Epidemie van 1751, waarvan Raciis verhaalt). Dikwijls kiest hij bij voorkeur zijne slagtoffers onder de behoeftige, in armoede levende volksklasse; somwijlen beperkt hij zijne verwoestingen tot sommige buurtschappen, tot moerassige streken. Maar in al deze omstandigden is niets standvastigs waar te nemen en de geschiedenis levert steeds weder voorbeelden van het tegendeel op, die voor als nog tegen elke algemeene gevolgtrekking, die men uit de afzonderlijke daadzaken zou willen opmaken, inloopen.

Beloop en uitgangen der typheuse longontsteking.

§ 790. In vele epidemien was het beloop der zieke uiterst snel en de doodelijke uitgang had na 24 uren, 2, 3 dagen plaats. In het algemeen beslist zich de longtyphus, uithoofde van de groote gewigtigheid van de zitplaats der ziekte , veel sneller tot een goed of kwaad einde, dan de typhus van het slijmvlies der darmen. In de meeste gevallen volgt de dood misschien den 5den en 7den dag. Echter kan de ziekte zich ook 14 dagen en langer rekken.

§ 791. De uitgang in genezing heeft soms door zeer merkbare crises, inzonderheid zweet, huiduitslag, rijkelijke fluimlozing, doorloop, bezinkende pis, soms onder de verschijnselen van lysis plaats. Het typhusproces kan hier, even als in andere typhen , bloedvinnen, uitwendig koudvuur, doorliggen , ontsteking der oorklieren , spruw , abscessen voortbrengen. Doodelijk eindigt de ziekte dikwijls door deze valsche crises, of door verlamming der longen, verstikking, of door het bijkomen van ileotyphus, door uitputting of door rotachtige ontbinding, of eindelijk door de naziekten, longtering.

Voorspelling van de typheuse longontsteking.

§ 792. De sterfte van longtyphus heeft in vele epidemien 80 percent bedragen en zelfs meer; bijzonder in het begin der epidemie, als wanneer de ziekte veel heviger pleegt op te komen dan later en de geneesheeren ten opzigte van de ware geneeswijze weifelen, is de verhouding der sterfte dikwijls zeer aanzienlijk. Somwijlen gingen alle zieken te gronde , die aan zichzelve werden overgelaten, zoodat de natuurgeneeskracht niet in iedere epidemie meesteres der ziekte schijnt te kunnen worden. Het is bijna onmogelijk om der voorspelling meer algemeene vaste punten te verschaffen, omdat bijna iedere zoodanige epidemie hare eigenaardigheden heeft, die eerst uit de ondervinding moeten opgemaakt worden. Erg is het in het algemeen, wanneer de ziekte een reeds bedorven ligchaamsgëstel aantreft,

Sluiten