Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nene, maar qualitatief magtige luchtelectriciteit, nevel vorming , Zuidwesten winden. Ook hebben misschien tellurische omwentelingen invloed daarop; eene zeer belangrijke (door Barthez beschrevene) epidemie werd in 1756, het jaar na de Lissabonsche aardbeving, waargenomen. Winter en lente zijn de jaargetijden, waar de strekking der galachtige aandoeningen vooral naar de longen gerigt is. Volgens Schösleis komt de ziekte meer in lage, moerassige en vochtige streken voor en dat,wel bij volken, die voornamelijk vleesch en brandewijn gebruiken (1). Volgens Eisessass treft men haar ook op eenen vulcanischen bodem aan. Kleine tusschenloopende epidemien ontstaan volgens Scböjlêis ook des zomers, wanneer na groote hitte plotselinge afkoeling der lucht door donderstormen volgt, vooral wanneer de cholera morbus voorafgegaan was.

Beloop en uitgangen.

§ 808. Meestal verloopt de ziekte binnen 5—14 dagen. In kwaadaardige epidemien eindigt zij soms reeds op den derden dag doodelijk. Volgens Schösleis schemert in het beloop van deze soort, reeds een meer bepaalde (7daagsche) rhjthmus door.

§ 809. De uitgang in genezing grijpt plaats onder zeer verschillende crises van den 3den tot den 7den dag, het veelvuldigst ouder zweet en ruime fluiralozing, dikwijls onder buikloop met verligting. Zeer vaak verschijnen furunculeuse, phlyctaeneuse, gierstachtige uitslag, abscessen, zelden bloedingen , die het gunstig uiteinde der ziekte verkondigen. De epidemien vertoonen zich in dit opzigt zeer groote afwijkingen.

§ 810. De galachtige longontsteking kan in etterachtige hepatisatie overgaan, en in vele epidemien schijnen etterverzamelingen in de longen bijzonder dikwijls te zijn voorgekomen,«ofschoon dit niet volkomen zeker is, omdat de oude geneesheeren de etterborst dikwijls met de vomica verward hebben (zoo zou in de epidemie van 1756, de ziekte dikwijls na den 40sten dag met eene vomica geëindigd zijn). Tot de veelvuldigste uitgangen der galachtige longontsteking behoort de vorming van etterborst, die in geene andere soort van longontsteking zoo vaak voorkomt. Deze uitgang wordt door het toenemen van de belemmering in het ademhalen, het ontbreken van crises, het verdwijnen van het ademhalingsgedruisch , het volkomen dof worden van den percussieklank op de aangedane zijde, verwijdering der borstwelving aan dien kant, verschuiving van het hart, verschijnselen van blaauwzucht aangekondigd.

§ 811. In epidemien van adynamische longcholosis kunnen oorklierontstekingen , doorliggen, het uitbreken van gierstuitslag of met ichor gevulde blazen, van koudvurige spruw, trommelzucht, colliquative bloedingen liet doodelijk uiteinde voorafgaan.

§ 812. De dood grijpt plaats op de hoogte der ontsteking door verstikking, niet zelden ook door bijkomende hersenvliesontsteking of door de uit-

(1) Volgens PomxB, die de pneumonia biliosa in Noord-Amerika heeft waargenomen, vindt men haar het vaakst in streken, waar de milaria heerscht • vooral bij snelle veranderingen van den warmtegraad, meer bij mannen dan bij kinderen, oude lieden en vrouwen. (Schïidt's 'Jahrbücher. Bd. Til. S i42).

Sluiten