Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is; de kernen zijn dan vuilgrijs, of bleekbruin, vervloeijen snel, en spoedig breidt zich dan de koudvurige verwoesting van de het eerst aangetaste longkwabben naar de omliggende deelen des weefsels uit. De aangrenzende pleura der longen wordt mede in de ziekte betrokken; somwijlen ontwikkelt zich op haar eene koudvurige korst, met of zonder doorboring, van waar zich algemeene pleuris kan ontwikkelen. Eindelijk kunnen ware kankercellen in het longweefsel ontstaan en zulke kernen vormen, die alsdan de verschillende trappen van kankerachtige verzwering doorgaan.

Verschijnselen.

§ 837. Staande het leven zijn de verschijnselen dezer symptomatische longontsteking geene andere, dan die der lobulaire longontsteking. Het borstlijden is dikwijls zeer lang verholen, en wordt soms zelfs eerst in het lijk gevonden. Zijn de ontstekingskernen klein, omschreven, dan laat ook dikwijls het natuurkundig onderzoek niets voldoends ontdekken, want de percussieklank is dan meer trommelachtig dan dof, en het ademhalingsgeruisch heeft in de vrije plaatsen van het longweefsel zeer vaak het kinderlijk karakter. Alleen bij het voortgaan van de verandering verschijnen de gewone kenteekenen. Maar dikwijls verraadt zich het lijden van de long door roestkleurige, taaije fluimen, pijn op de borst, koorts. Zoo vaak zich zulke verschijnselen bij aderontsteking, bij wondontsteking na groote beleedigingen of kunstbewerkingen, bij koudvuur of kanker van andere deelen voegen, bestaat er de grootste waarschijnlijkheid , dat er zich eene lobulaire ontsteking in de longen bijgevoegd heeft. Gelijktijdig met de lobulaire longontsteking komen dikwijls ook afzettingen van ziekelijke stoffen in andere deelen voor.

Oorzaken.

§ 838. Uit het voorgemelde blijkt, onder welke omstandigheden de besprokene lobulaire longontsteking zich ontwikkelt. Men heeft haar den naam van metastatische longontsteking toebedeeld; echter komt mij deze uitdrukking ongepast voor, omdat daarmede eene ziektevormende beteekenis wordt opgedrongen, wier juistheid nog zeer aan twijfel onderhevig is. Want juist in de hiertoe behoorende gevallen houdt de ziekte geenszins op de het eerst aangetaste plaats op, om zich op de longen te verplaatsen; maar er voegt zich veeleer, door middel van het overplaatsen van eene den vochtstilstand veroorzakende stof door den bloedstroom in de longvaten, eene tweede ziekte bij de eerste. De omstandigheden, onder welke opslorping van etter of ichor plaats grijpt, zijn ons onbekend.

Beloop en uitgangen.

§ 839. De symptomatische lobulaire longontsteking loopt in de meeste gevallen doodelijk af. Deze uitgang heeft soms sneller, soms langzamer plaats; dikwijls ontwikkelt zich eerst longtering, voordat de doodelijke afloop plaats grijpt. Echter kan er ook genezing op volgen, doordat de kern van het stolbaar voortbrengsel in de longen ineenschrompelt, zonder verweekt te worden, en zich of in celachtig vezelig weefsel verandert, of dooide afzetting van beenstof verhardt. H&sse deelt eene waarneming van Oes-

Sluiten