Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoedanigheid van de wanden van hare talrijke haarvaten (1); uit de op het los longweefsel met krachtiger aanstoot dan op eenig ander verwijderd en omvangrijk deel werkende voortstuwende kracht van het hart (2), uit de van de verrigting der longen onafscheidelijke bloedrijkheid en de levendige bloedbeweging, van de den invloed van uitwendige schadelijkheden begunstigende , opene gemeenschap der luchtwegen met den dampkring, uit het veelvuldig voorkomen van organische veranderingen in de longen, of in hare omstreken, waardoor de continuiteit van hare vaten kan afgebroken worden, zoo als ettering, verzwering, slagaderbreuken.

Ontleedkundige kenmerken.

§ 867. Het uitgestort bloed kan uit het strottenhoofd (laryngorrhagia), uit de luchtpijp (tracheorrhagia), de luchtbuizen (bronchorrhagia), de longblaasjes en het longweefsel (pneumorrhagia), — het kan ook uit slagaderbreuken van de aorta, de ondersleutelbeens-, krop- en longslagader, die zich op de eene of andere plaats in de luchtwegen geopend hebben, afstammen (3). De veelvuldigste bron der bloeding is het luchtbuisslijmvliesj zeldzamer is bloeding van het strottenhoofd; de ware longbloeding staat ten opzigte van hare menigvuldigheid in het midden tusschen beiden; in de bloeding uit de luchtbuizen wordt het bloed doorgaans uit het stelsel der luchtbuisvaten, in de longbloeding (Laennec s apoplexia pulmonum) uit het stelsel der longvaten uitgestort.

§ 868. Het veelvuldigst is het door bloeding uitgestort bloed het voortbrengsel van enkele uitwaseming uit de haarvaten; niet dan zeldzaam is scheuring (rhexis) of doorknaging (diabrosis) der vaten oorzaak der bloeding. Dat het in de bloeding der luchtwegen uitgestort bloed meerendeels helderrood (slagaderlijk) gekleurd is, hangt van de snelle verandering door de zuurstof der lucht af, die of reeds in de haarvaten, of ook na de uitstorting in de vertakkingen der luchtbuizen plaats grijpt. In gevallen, waar het uitgestort bloed van de aanraking met de dampkringslucht afgesloten is (wanneer het b. v. in de luchtbuizen blijft, welke door gestolde vezelstof of slijm verstopt zijn) neemt het spoedig een donkerder kleur aan.

§ 869. De bloeding uit het strottenhoofd, de luchtpijp en de luchtbuizen

(1) Spuit men de longslagaderen met roode stof op, dan dringt deze ligt in de longblaasjes en de luchtbuis; even zoo gaan de in eenen luchtbuistak ingespotene vloeistoffen ligt in de longslagader en longader over.

(2) De vastheid der longslagader is Smaal geringer dan die der aorta, en ofschoon in de long ' dezelfde hoeveelheid bloeds omloopt, als in het geheele ligchaam, biedt in de long slechts het 25ste gedeelte van massa tegenstand. De ondervinding leert ook, gelijk dit beneden nader zal aangetoond worden, dat de van hypertrophie van het regter tot afhangende versterkte aanstoot van den bloedsomloop in de longen eene der menigvuldigste oorzaken der longenbloeding is. Voor eene begunstigende oorzaak der longenbloeding houdt SCHKIDTMANN het ontbreken van klapvliezen in de longaderen en de naauwte derzelve, in vergelijking van de gelijknamige slagaderen (Observation. etc. T. 11. p. 277.).

(3) Men heeft waargenomen, dat de aorta met kleine openingen, als die van een gieter, inde luchtbuizen inmondde, en aldus eene bloeding uit dezelve veroorzaakte, wier aard twijfelachtig was.

Sluiten