Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stand, waarvan reeds Morgagm, Hailer, Corvisart, Leveillé, Hohsbaus en Latocr gevallen hebben opgeteekend, is echter eerst door Lae.vvic in zijne ontleedkundige kenmerken bepaald, en onder den naam van apoplexia pulmonvm (1), van infarctus haemorrhagicus pulmonum zoo naauwkeurig beschreven , dat latere waarnemers bij de voortreffelijke afschildering van Laessec naauwelijks iets konden bijvoegen. ;

§ 872. a) Opstopping door bloeding zonder weefselverscheuring (Hasse s apoplexia puim. in eenen strikten zin). De bloedverzamelingen komen verstrooid in eene of beide longen, enkel of verscheidene bijeen voor, en vormen plekken, ter grootte van eenen hazelnoot tot die van een hoenderei, die doorgaans donkerrood, pikzwart, gelijkmatig, op een klomp bloed gelijkend, hard, broos, grof en ongelijk gekorreld, vrij droog zijn, en niet het granietachtig uitzien hebben, zoo als gehepatiseerde plaatsen, maar wier kleur, uit hoofde van de gelijkmatige doordringing van het bloed in alle deelen des weefsels, volmaakt gelijkvormig is; schaaft men zulk eene plaats met het scalpel, dan drukt men slechts zeer weinig zwart, halfgestold, dik, met korrelige vlokken gemengd bloed daaruit. Bijzonder karakteristiek is de scherpe afperking van de opstopping door bloeding bij de óf zeer bleeke en knetterende, óf zuchtige, óf enkel met helderrood bloed doortrokkene longzelfstandigheid, ter onderscheiding van de nimmer zoo duidelijk afgeperkte hepatisatie (2). Door maceratie of aan de lucht verandert de zwarte kleur der uitvatingen in hoog rood; maar dat men alsdan in staat zou zijn, om in haar middenpunt eene verscheuring der longzelfstandigheid te herkennen, gelijk Csdveilhier beweert, heeft Hasse niet kunnen vinden; ook verliest zij bij het uitwasschen niets van hare vastheid. De zwakkere graden van bloedings-infarctus der longen bestaan in eenvoudige doortrekking van bloed in het weefsel (3). De gewone zitplaats dezer veranderingen is het midden van de onderste kwab of het middelste achterste gedeelte der longen; maar somwijlen ook in de nabijheid of onmiddellijk onder het borstvlies, waardoor de long op hare oppervlakte gemarmerd schijnt. De in het ontaard weefsel loopende longslagaderen zijn meest met een zwartachtig bloedstremsel gevuld, en staan in tegenoverstelling met de bloedleegte der overige slagaderlijke vertakkingen in de long; de longaderen in diezelfde plekken zijn opgepropt met roodviolet bloed (4). Alleen de naaste luchtbuistakken zijn donker rood gekleurd.

§ 873. b) Bij longbloeding met weefselverscheuring is het longweefsel

(1) Eiuotsoh, Towjsesd, fidim, Skoda merken teregt aan, dat de naam van beroerte voor deze ziekte ongepast gekozen is.

(2) De scherpe afperking en den ronden vorm van den infarctns verklaart Audeal ait de afperking der longkwabjes, die hier door de uitgevaatte stof in de longblaasjes niet doorgebroken worden; hnnne hardheid hangt daarvan af, dat de vloeibare deelen van het uitgestort bloed op geslorpt worden , en de gestolde overblijven.

(3) In de zwakkere graden van doordringing met bloed, die Gksdre» zeer goed beschrijft (t. a. p. S. 502), is de veranderde plaats nog week op het gevoel, maar zij is ook reeds scherp van het gezond longweefsel afgescheiden , en valt bij het openen der borstholte niet zamen. De afprking van den harden en donker geklenrden infarctns is zelfs dan nog herkenbaar, wanneer in het omringend longweefsel vloeibaar bloed of wei uitgestort is (Rokitaksky , t. a. p. S. 11).

(4) Gmdrlv, U a. p. S. 304. '

Sluiten