Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geheel ontaard, onregelmatig verscheurd, als gemacereerd en met de deels vloeibare, deels gestolde uitvatingen zoodanig vermengd, dat de brokstukken van het verwoest weefsel zich maar zelden uit deze massa laten afzonderen; het brandpunt der bloeding is hier niet scherp afgeperkt, en bezit ook de vastheid van den boven beschrevenen infarctus niet; somwijlen is zelfs het borstvlies verscheurd, en er ontstaat pneumothorax (1).

§ 87-4. De bloedings-infarctus kan zich verdeelen, deels door ophoesten, deels door opslorping van het opgehoopt bloed; de vroeger doortrokkene plaats blijft lang weeker, donkerder, scheurbaar en keert slechts langzamerhand tot den natuurlijken toestand terug; of de verdeeling grijpt slechts onvolkomen plaats, het vaste gedeelte des bloeds blijft over, en het ondoordringbaar blijvend longweefsel schrompelt tot een celachtig-vezelig, wit of zwart weefsel ineen. Verscheuring der longzelfstandigheid geneest door likteekenvorming; ook zou zich een zak om de oitvating, even als bij hersenbloeding, kunnen vormen; eindelijk kan de uitgevaatte stof ettering der omliggende longzel&tandigheid veroorzaken.

§ 875. Gelijktijdig met den bloedings-infarctus der long vindt men in § der gevallen hjpertrophie der regter hartkamer, welke de voornaamste oorzaak van dien vorm van bloeduitstorting schijnt te zijn en waarin Beste* eene gelijke ziektemakende verhouding erkent, als er tusschen hersenbloeding en active verwijding van het linker hart bestaat. Hasse neemt eene tegennatuurlijke hoedanigheid des longweefsels als voorbereidende oorzaak aan (2). Ook andere hartziekten, vooral verhinderingen in den bloedsomloop door de linkerholten, veroorzaken vaak bloeding uit de luchtwegen.

V erschijnselen.

J 876. Het uitwendig vormelijk verschijnen van de bloeding in de lucht» wegen komt op driederlei wijzen voor: als haemoptoë of sputum sanguinis , waarbij slechts eene geringe hoeveelheid bloeds uitgeworpen wordt; als bloedstorting of pneumorrhagie, waarbij het bloed stroomsgewijs uit mond en neus ontlast wordt; eindelijk zinkt de zieke soms bewusteloos neder, bloed wordt er of volstrekt niet uitgeworpen, of eerst, wanneer de zieke uit dezen bewusteloozen toestand tot zichzelven komt; deze soort van longbloeding heeft van sommigen voornamelijk den naam van longenberoerte ontvangen. Deze symptomatische vormen der bloeding komen geenszins, zoo als men zou geneigd zijn aan te nemen, overeen met de ontleedkundig verschillende wijzen of bronnen van de bloeduitstorting. Al komt ook de haemoptoë veelvuldiger als de uitdrukking van strottenhoofds- of luchtbuisbloeding voor, zoo wordt toch ook bij bloeding uit de longen dikwijls weinig bloed opge-

(1) Hiertoe betoortade geTallen qn verhaald door Itrnr (t. a. p. Tom. II. Obs. 12) , Towjsxo (Kg heeft 4 gevallen verzameld, zie de Hoosd. vert. dep Cvclopaedia. Bd. I. S. 1"9), Gurnn (t. a. p. p. 505). Towsseto merkt op, dat in gevallen Tan aanzienlijke oitvatingen het bloed dikwijls Tloeibaar blijft, omdat de dood gemeenlijk zoo snel daarop volgt, dat bet geen tijd heeft om te stollen; gemeenlijk ontbreken ook de noodzakelijke vereischten ter opslorping der vloeibare deelen, en het bloed zelf heeft dikwijls bij zoo hevige bV^ing reeds oor» spronkelijk geene neiging om te stollen.

(») t. a. p. S. 322.

Sluiten