Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoest. Bloedstorting duidt wel meestal bloeding uit de longen aan, maar zij kan ook plaats grijpen , wanneer b. v. een slagaderbreukzak zich in de luchtbuizen opent; in dit geval kan ook evenzeer plotseling bewusteloosheid en verstikking ontstaan, als wanneer het longweefsel zelf de zitplaats der uitvating is. Eindelijk kan er een infarctus haemorrhagicus bestaan, zonder dat er bloedspuwing plaats grijpt.

§ 877. In het grootste aantal van gevallen wordt de bloeding door voorboden voorafgegaan, somwijlen blijven deze geheel weg. Eenige van deze voorspellende verschijnselen zijn dikwijls slechts de symptomatische uitdrukking van het grondlijden, in welks beloop de bloeding als een secundair toeval voorkomt. Zij zijn dus ook zeer verschillend, naar gelang van den veelsoortigen oorsprong van de bloeding. Deze voorboden gaan doorgaans de bloeding vrij lang vooraf, (zoo als b. v. de verschijnselen van volbloedigheid, van scheurbuik, van tuberkelzucht enz.). Eene andere reeks van voorboden staat meer in onmiddellijke betrekking tot het bedrijf van de bloe. ding zelve; zij zijn algemeene en plaatselijke; de algemeene ontstaan uit de bepaling van den aandrang des bloeds naar de borstingewanden en de daarvan afhangende antagonistische anaemie van de oppervlakte des ligcliaams, uit orgasmus of kramp; zij bestaan in vlugtige huiveringen, die met hitte afwisselen, in het snel wisselen der gelaatskleur, in angst, onrust, geslagenheid, pijn in den rug, in het hoofd, koortsbewegingen, in eene harde, gespannene, trillende hoedanigheid van den pols, dikwijls bleeke pis, koude ledematen, beven en krampachtige bewegingen der ledematen, suizen in de ooren, duizelingen enz. De plaatselijke voorboden zijn verschijnselen van den plaatselijken bloedaandrang naar de ademhalingswerktuigen: beklemming, gevoel van drukking, spanning, branden onder het borstbeen, in den rug, hartklopping, moeijelijke ademhaling, drooge hoest. Deze voorboden duren soms verscheidene dagen, soms slechts weinige uren of korter. J. Frauk vermoedt, dat waar deze voorboden ontbreken, het bloed meer uit het strottenhoofd en de luchtpijp, dan uit de longen komt (1).

§ 878. In de keel en in de luchtpijp ontstaat nu een gevoel van kitteling (2), warmte, koken, van uitstorting van een warm vocht achter het borstbeen, van prikkeling tot hoesten; de zieke krijgt eenen zoetachtigen (3), of ziltigen smaak in den mond, hij moet opschrapen en brengt in het begin of een weinig met bloed gekleurd slijm of dadelijk zuiver bloed op. De prikkel tot hoesten herhaalt zich, de zieken geven als de plaats van oorsprong de luchtpijp of eene lagere plaats in de borst op; het uitgeworpen bloed is meest fraai helderrood en schuimachtig; dikwijls bestaat de hoeveelheid daarvan slechts in een paar fluimen; dikwijls wordt het eetlepels-,

(1) t. a. p. S. 416.

(2) Volgens Salïïdtii zou het gevoel van kitteling zich tot aan den hartkuil kunnen uitbreiden.

(5) Meza houdt het zoetachtig speeksel vóór en gedurende het bloedhoesteu voor eenen gevaarlijken toestand, en Benedict beweert, dat zieken van dien aard snel aan longtering bezwijken (Keil, t. a. p. Bd. III. S. 40). Maar de smaak van het bloed is op zichzelven zoet, en naar mijne ondervinding is de zoete smaak zonder eenige kwade voorbeteekenii. Bevat het zoetachtig speeksel eiwit? Volgens Benedict zou het, aan de hitte blootgesteld, de vastheid van eene weeke gelei aannemen j eene proef, die de herhaling wel waardig is.

Sluiten