Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gerheid der weefsels, en daaruit ontstaande verhoogde prikkelbaarheid der verrigtingen. Zoodanige individus onderscheiden zich door eene dunne doorschijnende huid, door uitstekende roodheid der wangen, door eenen teederen bouw der ledematen, melkwitte kleur der tanden, door spoedigen groei (rekbaarheid der dunne weefsels?), eenen bewegelijken geest, eenen snellen polsslag, neiging tot hartkloppingen, geringe voortbrenging van warmte, moeijelijk te verwarmen ledematen, veelvuldig neusbloeden. De in vergelijking van het overig ligchaam, bij voorkeur in de ontwikkeling hunner uitbreiding, achterblijvende ademhalingswerktuigen, geraken door die aandrift en de snelheid, waarmede het bloed van het geheele ligchaam bestendig door dezelve moet dringen, in eenen toestand van erethismus, die door het teeder maaksel des weefsels begunstigd, op zichzelven alleen voldoende is , om bloedspuwing te verwekken.

§ 896. De ziekte komt het gemeenlijkst op eenen leeftijd tot uitbarsting, op welken de hoofdrigting van den bloedstrootn naar de in de hoogste levensontwikkeling werkzame borstingewanden gaat, tusschen het 18de en 35ste levensjaar. Uiterst zelden komt bloedspuwing bij kinderen voor, en is dan meest slechts het gevolg van vaatverscheuring door inspannende kinkhoest en is ook hier veel veelvuldiger, hoe nader de kinderen tot de jaren der huwbaarheid komen. Bijna even zeldzaam is de ziekte in de latere levenstijdperken; alleen de longberoerte (inzonderheid die, welke van hart-en onderbuiksziekten afhangt) maakt eene uitzondering en komt voornamelijk in den rijperen leeftijd voor (1).

§ 897. De meeningen zijn verdeeld, of het mannelijk dan wel het vrouwelijk geslacht aan bloedspuwing het meest onderhevig is. Ik houd het met Conring, J. Frahk en anderen daarvoor, dat het mannelijk geslacht de overhand heeft. Volgens Coplahd is de voorbeschiktheid bij vrouwen in het algemeen geringer of ten minste niet grooter, tot aan den tijd van het ophouden der stonden; maar later begunstigt dikwijls de bestaande vaatvolbloedigheid zeker het ontstaan der bloedspuwing in eene grootere mate. Louis heeft ook inzonderheid tusschen het 40ste en 65ste jaar het bloedspuwen veelvuldiger bij vrouwen waargenomen.

§ 898. Wij hebben ons reeds genoegzaam omtrent de onbepaaldheid van voorbeschikkende en gelegenheidsoorzaken in het algemeen uitgelaten; ook in de optelling van de oorzaken van het bloedspuwen blijkt het duidelijk genoeg, dat de zoogenoemde aanleg in een groot aantal van gevallen op zichzelven alleen en zonder medewerking van andere opwekkende oorzaken tot opwekking der ziekte voldoende is. In andere gevallen werken verscheidene oorzaken te zamen.

§ 899. Vele uitwendige schadelijkheden kunnen het protopathisch ontstaan der bloeding uit de luchtwegen veroorzaken. Hiertoe moet men rekenen:

(1) Niemand heeft M EZ a's -waarneming bevestigd, dat zuigelingen daardoor bloedspuwing t regen , dat men hen brandewijn gaf, om ze in slaap te brengen. Yan een grondig onderzoek der betrekkelijke sterkte van de vaatwanden der bijzondere hoofdafdeelingen des vaatstelsels en van hunnen betrekkelijken omvang in de verschillende levensjaren zouden misschien gewigtige verklaringen voor de leer van het ontstaan der bloedvloeiingen te wachten zijn. Goede opmerkingen hieromtrent vindt men bij Masob Good, System etc. übers. v. Calmakn. Bd. II. S. 484.

Sluiten