Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid bloeds; dezelfde oorzaak, zegt Schmidtmann , die in vastere en strakkere ligchamen longontsteking te weeg brengt. brengt bij zwakke en slappe bloedspuwing voort. Verkrommingen van de ruggegraat en misvormingen van de borstkas, zamendrukking van den buik en van de borstkas door rijglijven , door aanhoudend gebukt zitten, inhouden van den adem bij het tillen van zware lasten, bij het aandringen bij den stoelgang, gedurende de baring, organische ziekten van het hart en van de groote vaten, verlies van de veerkracht der longblaasjes bij emphjsema, aanvallen van aamborstigheid enz. belemmeren meer of minder, duurzaam of voorbijgaand, den vrijen bloedomloop in de longvaten en kunnen aanleiding tot bloeduitstorting geven.

§ 902. Verzwakking, verslapping des weefsels, als naaste oorzaak van bloedspuwing kan veroorzaakt worden door dikwijls herhaalde bloedspuwingen zelve, zoodat, gelijk Gekdhin zegt, uit het eens bestaan der ziekte ook de grootste aanleg tot haar terugkeeren ontstaat, die dan meer en meer een passief karakter aanneemt; voorts door veelvuldige verkoudheden, door lijden aan aamborstigheid of slijmtering (J. P. Frahk) (1). Velerlei organische ziekten der ademhalingswerkluigen hebben het bloedspuwen in haren nasleep (spekgezwellen, mergsponsgezwel, koudvuur der longen). Maar met geene andere ziekte of oorzaak staat de bloedspuwing veelvuldiger in verband, dan met tuberkelzucht, ofschoon men ook te ver is gegaan, door in de bloedspuwing altijd een stellig teeken eener reeds bestaande of dreigende tuberkelafzetting te willen zien.

§ 903. De betrekking van bloedspuwing tot tuberkelzucht is zeer afwissetend; wel dikwijls, maar geenszins altijd volgt er op bloedspuwing longtering en van den anderen kant komt bloedspuwing niet in het beloop van iedere longtering voor. Ook heeft de ondervinding nog niet beslist, of het bloedhoesten de vorming van tuberkels voorafgaat, dan wel of, wanneer er eens bloedspuwing bestaat, er altijd reeds tuberkels ontwikkeld zijn. Ik ben van gevoelen, dat in vele gevallen de tuberkels eerst ontstaan, en dat de longbloeding hunne nederzetting lang kan voorafgaan. Dikwijls verschijnen de teekenen van longtering eerst na verscheidene herhalingen van bloedspuwen ; ook in latere tijdperken der longtering , wanneer de tuberkels reeds gesmolten zijn, komt bloedspuwing voor. De tuberculeuse bloedspuwing is meestal luchtbuisbloeding, niet longberoerte; echter komt deze laatste ook bij longtering voor. Tot herkenning der tuberculeuse bloedspuwing dienen de vereenigde kenteekenen van tuberkelzucht en bloedspuwing (2).

(1) Volgens Stoll lijden waschvronwen veel aan bloedspuwing, ten gevolge van de verslapping der longvaten door het bestendig inademen van hecten waterdamp (Prael. in morb. chron. Tom.

II, p. 87).

(1) Volgens Gendrin is eene bloedspuwing, die niet aanzienlijk is. maar herhaaldelijk terugkeert, en waarbij de zieke bij afwisseling of ook gelijktijdig bloed en taai, kleverig, graauwachlig, glazig slijm uitwerpt, bijna altijd een verschijnsel van tuberkels in de longen (t. a. p. S. 118). Louis vond bloedspuwing bij f van alle dodr hem waargenomene teringlijders. Volgens Anijbal lijdt i van de bloedspuwers niet aan longtuberkels; van de teringlijders had £ nooit bloed gehoest; de helft spuwen bloed, nadat er reeds ontwijfelbare teekenen van tuberkels aanwezig zijn , bij de twee 'andere zesde gedeelten schijnt de bloedspuwing de ontwikkeling der tuberkels vooraf te gaan Bij vele zieken treft het bloedspuwen zamen met het oogenblik eener snel plaats grijpende afzetting van Tuberkels; vele zieken spuwen meer bloed in latere tijdperken der ziekte.

Sluiten