Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijkheid van het ademen aanhoudend. Eene geringe hoeveelheid vocht, welke zich snel verzamelt, kan zeer groote moeijelijkheden in het ademen veroorzaken; en van den anderen kant zijn er gevallen voorgekomen, waarin bij eene aanzienlijke uitstorting van vocht de belemmering in het ademen schijnbaar gering of nul was. Dikwijls neemt de aamborstigheid bij droog weder af, en bij vochtig weder toe. Bij eene vergevorderde borstwaterzucht is de benaauwdheid geringer, wanneer de zieken de voeten laten hangen, en de verbetering van dit verschijnsel is soms in dezelfde mate merkbaar, als de voeten zuchtig zwellen en de pisontlasting beter van de hand gaat. Voor de meeste gevallen van borstwaterzucht is de onmogelijkheid om op den rug of op de zijden te liggen karakteristiek, aangezien de drukking van het vocht op het nog ademend gedeelte der long de kortademigheid vermeerdert. Echter lijdt dit verschijnsel wijzigingen, wanneer b. v. bij borstwaterzucht aan eene zijde de andere longvleugel ook ziek is, of wanneer door aangroeijingen der long de verdeeling van het vocht in de longen veranderd is, zoodat de zieken zelfs somtijds bij het liggen op de gezonde zijde gemakkelijker ademen. Gewoonlijk verdragen zij alleen eene opgerigte, bijna zittende houding, met een weinig voorover gebogen bovenlijf; in het laatste tijdperk der ziekte schuwen zij het bed, en brengen dagen en nachten in den leunstoel zittende door (1).

§ 933. Vele geneesheeren hielden de nachtelijke aanvallen van kortademigheid met het plotseling opschrikken der lijders uit den eersten slaap voor een pathognomoniseh teeken van borstwaterzucht (Riviére, Piso). Dat dit verschijnsel op zichzelf alleen geene diagnostische waarde heeft, weet men reeds lang; de aamborstigheid is het verschijnsel van zeer verschillende toestanden van de longen, van het hart, van de groote vaten. In het begin volgen de aanvallen van aamborstigheid somtijds in korte tusschenpoozen op eikanderen; de zieken voelen bij het ontwaken hevig hartkloppen, moeten snel, zoo zij niet willen stikken, eene opgerigte houding aannemen, snakken met angst naar lucht, de ledematen worden koud, de lippen blaauw, het voorhoofd bedekt zich met koud zweet, de pols wordt klein, onregelmatig, nalatend, bevend; dikwijls duurt de belemmering van de ademhaling den ganschen nacht door, of de aamborstigheid herhaalt zich telkens na het slapen; dikwijls brengen de zieken verscheidene nachten door, zonder dat er een aanval komt. De toevallen kunnen ook over dag verschijnen. Na den aanval vervalt de zieke dikwijls in eenen toestand van halve slaapzucht en gevoelloosheid.

§ 934. Hoest ontbreekt bij borstwaterzucht bijna nooit; somwijlen is hij droog, vaker gaat hij met het uitwerpen van waterig dun slijm, zeer zelden met bloederige fluimen gepaard.

§ 935. Natuurkundige verschijnselen. De verwijding van de borst en het uitpuilen der ribben bij vochtverzameling aan eene zijde in de borstvlies-

(1) Schroeber van ier Kolk zoekt de oorzaak van de gehinderde ligging op den rug in den aandrang van bloed naar de Jongen. De lijders aan borstwaterzucht, die goed op den rug kunnen liggen en niet uit den slaap opschrikken, zijn, volgens hem, altijd oude uitgemergelde voorwerpen, bij welke zulk eene bloedophooping niet kan plaats grijpen, terwijl bij jongere individus dit verschijnsel bestendiger is.

Sluiten