Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ruimte, maar ook absoluut verminderd (Hasse); zulk een weefsel, is wollig, donsachtig op het gevoel, en is vaak zoo droog, dat men zelfs aan het achterste gedeelte van de long geen spoor van wei- of bloedinfiltratie in het lijk vindt (1). Uit de ingesnedene long ontwijkt de lucht slechts zeer traag, met een naauwelijks knetterend geruisch. Meestal is het van lucht beroofd weefsel digter en geeft voor drukking minder toe, dan de gezonde long ; Williams zegt somtijds eene grootere slapheid en toegeefelijkheid van het ■weefsel waargenomen en gezien te hebben, zoodat het emphysemateus gedeelte even als eene zuchtige zwelling den indruk van den vinger behield. Nog is in weerwil der onderzoekingen van Andral, Lodis, en Bourgery niet met zekerheid beslist, hoe de wanden der verwijde longcellen ten opzigte van hunne dikte gesteld zijn; zij schijnen soms hypertrophisch (gelijk dit ook bij verwijdingen van andere bewerktuigde holten plaats grijpt), soms atrophisch te zijn. Wanneer oppervlakkige- emphysemablazen op plaatsen barsten, waar geene vergroeijingen tusschen het ribbe- en longweivlies bestaan, kan er pneumothorax en snelle dood het gevolg van zijn (Stokes).

5 965. Volgens Louis komt de verwijding der luchtbuizen gelijktijdig met het vesiculair emphysema zeldzamer voor, dan men zou verwachten (2); hij wordt tegengesproken door Rokitansky en Hasse, die de luchtbuisverwijding niet zoo zeldzaam vinden. Veelvuldiger is de verwijding en hypertrophie van het hart, voornamelijk van deszelfs regter helft, en dat wel des te aanzienlijker, hoe duidelijker het emphysema is (3). Dikwijls treft men acute of slepende luchtbuisoutsteking, opzwelling van het slijmvlies, slijmige afscheiding der luchtbuizen aan; zeldzaam tuberkels, en deze slechts weinig ontwikkeld. Daar de ribben in dezen toestand bijna onbewegelijk blijven , verbeenen volgens Hasse de kraakbeenderen meestal na korteren of langeren tijd.

§ 966. B) Laenkec's interlobulair emphysema der longen, bestaat in eene werkelijke uitvating van lucht in het longcelweefsel buiten de longblaasjes; de naam interlobulair is ongepast, daar de uitgevaatte lucht niet enkel in de afscheidingen tusschen de kwabjes, maar ook in het celweefsel onder het borstvlies (aldaar somtijds zeer groote zakken vormend), in het celweefsel, dat de longvaten en luchtbuizen vergezelt (onder den vorm van rozenkransachtige paarlenreijen), in het inwendig celweefsel van de longzelfstanheid (onregelmatige holten vormend) kan aangetroffen worden. Heeft de uitgestorte lucht hare zitplaats in de tusschenschotten der kwabjes, dan

(1) Somwijlen komt oedema der longen met sterk emphysema gepaard voor; het eene of het andere is dan waarschijnlijk het voortbrengsel van den doodstrijd. Hyperaemiscli kan de emphymateuse long zijn, wanneer het hart gelijktijdig ziek en de kleine bloedsomloop aanmerkelijk belemmerd is.

(2) Bij 13 individus, die aan emphysema der longen leden, eri wier luchtbuistakken in hunne geheele lengte onderzocht werden, vond Locis slechts 4 malen verwijding der laatste, en ook hier had geen zamenhang tusschen beide plaats, omdat deze verwijding slechts tot weinige takken beperkt, en daarentegen het emphysema algemeen was.

(3) Hypertrophie van het hart vond Louis in 16 van de 42 gévallen. Hasse heeft de verwijding en hypertrophie, vooral van het regter hart, in alle gevallen van aanzienlijk emphysema, slechts éénmaal gemist.

Sluiten