Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In het begin zijn de voortgangen der belemmering in het ademen zeer on» merkbaar en langzaam, zij blijft op dezelfde hoogte en in de rust voelen de zieken bijna geen hinder. De verheffingen komen voornamelijk met de aanvallen van acute longverkoudheid, waartoe de lijders aan longemphysema bijzonder geneigd zijn , te zamen voor; bewegingen, ligchaamsinspanningen, overvulling van de maag en de darmen , het inademen van stof, gemoedsbewegingen kunnen de belemmering in het ademhalen doen klimmen. Eindelijk en inzonderheid in eenen meer gevorderden leeftijd, bij de ontwikkeling eener hartziekte ontaarden de verheffingen van de belemmering in het ademhalen in formele aanvallen van aamborstigheid, die gemeenlijk met aanhoudend hartkloppen gepaard gaan. In vele gevallen is er pijn op de borst aanwezig, vooral op de plaats, waar de borstkas uitgezet is; deze neemt noch bij het inademen, noch bij het hoesten toe; somwijlen ook meer pijn in den rug.

g 969. De beweging der borstkas gedurende de ademhaling is de natuurlijke niet; de borst zakt bij de uitademing niet volkomen in, maar blijft in eenen toestand van halve verwijding; de inademing geschiedt met inspanning en is onvolledig; het ademen is meer een stuipachtig heen en weder schuiven van de geheele massa der borstkas, waarbij de ribben zich naauwelijks verheifen. In eenen hoogen graad der ziekte schijnt hel borstgewelf bijna geheel onbewegelijk te staan.

§ 970. Behalve de hebbelijke belemmering der ademhaling is er meestal ook hebbelijke hoest aanwezig, deze beiden hangen niet noodzakelijk zamen en meestal is de oorsprong der belemmerde ademhaling ouder, dan die van den hoest; de hoest vertoont zich dikwijls eerst, wanneer de ziekte reeds groote vorderingen gemaakt heeft; hij kan zelfs geheel ontbreken, en is op verre na niet altijd aanhoudend. Meestal is hij zeldzaam, niet zeer hevig, droog, of met parelkleurige, grijsachtige, taaije, slijmige fluimen gepaard; in andere gevallen is hij hevig, keert in aanvallen terug; de fluimen kunnen schuimachtig, vloeibaar, op eene gomoplossing gelijkend, dik, groenachtig zijn, naar gelang van den graad van luchtbuisverkoudheid , die het longemphysema gemeenlijk vergezelt. Slechts zelden merkt men in de fluimen bloedstrepen, en nog zeldzamer (volgens Louis bijna nooit) komt bij longemphysema bloedspuwing voor.

§ 971. b) Gedaante van de borstkas. Bij emphysema van beide longen is de verwijding van de borst algemeen, bij emphysema van eenen longvleugel of van een gedeelte der long bepaalt de uitpuiling zich tot de streek der "borstkas, die met de grootste uitzetting des weefsels overeenkomt (1). Bij algemeen emphysema wordt de borstkas rolrond, bolvormig, tonvonnig , naar voren en achteren sterk gewelfd; deze gelijkvormige uitzetting van de

(1) Woillez onderscheidt de opzettingen der borstkas: de algemeene-, de borslbeen-tepel-, de sleulelbeens-tepel-, of ondersleutelbeens- en de bovensleutelbeens-opzetting. Onder deze laatste wordt eene uitpuiling achter en bajen het sleutelbeen aan de zijde, waar de voorste uitpuiling zich bevindt, eene gevuldheid van de bovensleutelbeensgroeven verstaan, welke volgens I.ouis bijna bestendig zou aanwezig zijn. Piiiurr en Hasse hebben integendeel op deze plaats gemeenlijk sterke indeuken,, ten gevolge der ingespannen werkzaamheid der als dikke, gespannen strengen uitstekende inadetningsspieren , waargenomen.

Sluiten