Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 980. De gedeeltelijke opzetting van de borstkas zou eindelijk de aanwezigheid van eene slagaderbreuk der aorta, of wanneer zij de streek van den hartkuil inneemt, het bestaan eener hypertrophie van het hart, van eene uitstorting in het hartezakje kunnen doen vermoeden. Bij slagaderbreuk van de aorta is echter de uitpuiling meer omschreven, sterker, minder gelijkvormig dan bij emphysema; drukt de slagaderbreuk op de luchtpijp, of op eene grootere luchtbuis, dan is de belemmering in het ademhalen sterker, aanhoudender, met fluiten verbonden, de stem veranderd, de uitpuilende plaats geeft eenen dofFen percussieklank; dikwijls is aldaar een tegennatuurlijk dubbel geruisch, van vijlen, van eenen blaasbalg enz. hoorbaar. Bij hypertrophie van het hart is de aanstoot van den hartslag op de opgezette plaats zeer sterk, terwijl hij bij emphysema naauwelijks merkbaar is; de percussie geeft eenen dofFen klank; het ademhalingsgeruisch is niet verdwenen; de belemmering van de ademhaling is niet reeds van de kindsheid af aanwezig geweest. Bij uitstorting in het hartezakje is de percussie dof.

Oorzaken.

§ 981. Sints men aan het voorkomen van longeniphysema in het lijk meer opmerkzaamheid heeft leeren schenken, behoort deze ziekte niet meer onder de zeldzaamheden; geringe graden daarvan zijn tamelijk menigvuldig. Volgens Jackson's onderzoekingen is het longemphysema dikwijls van erfelijhen oorsprong, bijzonder wanneer het van de eerste tijden der jeugd dagteekent (1); Lemberder heeft het bij pasgeborenen waargenomen, en het is niet onwaarschijnlijk, dat eene aangeborene, onevenredig groote afmeting der longblaasjes eenen zeer magtigen aanleg tot deze ziekte uitmaakt; kinderen met zulk eenen aanleg voelen moeite in het gaan en loopen, zijn spoedig buiten adem, kunnen slechts weinig deel nemen aan kinderspelen, die met hevige bewegingen gepaard zijn. Geen gestel bewaart voor emphysema en deze toestand is even menigvuldig bij beide geslachten.

§ 982. Inspanningen bij het inademen zijn ongetwijfeld de veelvuldigst aantoonbare gelegenheidsoorzaken van vesiculair longemphysema; in de kindsheid ten gevolge vancroup, kinkhoest, hevige luchtbuisverkoudheid, ten gevolge van vreemde ligchainen in de luchtwegen, bij kinderen, die zeer hevig schreeuwen, ligt toornig worden , bij volwassenen, door inspanningen met lang ingehouden adem, bij het spelen van blaasinstrumenten , bij het optillen van lasten, gedurende de aanpersing bij den baringsarbeid, bij den stoelgang; door drukking van gezwellen op de luchtbuisstammen, gezwellen in de luchtbuisklieren, in het middelvlies, de longen, groote tuberkelmassas, slagaderbreuken van de aorta enz. Inzonderheid langdurige luchtbuisverkoudheden met weinig taaije, slechts onder vermoeijend hoesten opgebragte fluimen (Laennec's Catarrhe sec), aamborstigheid. Louis zag het longemphysema bij twee gevallen na hevige gemoedsbewegingen ontstaan (2). Ook kunnen schuddingen van de borst hetzelve te weeg brengen.

(1) Yerg. Anal. üb. chron. Krankheiten, Bd. I. S. 74.

(2) Somwijlen vindt men longemphysema bij individus, die door liet indringen van lucht in de aderen stierven (Piedagnei , Lekoï d'Etiolles) ; maar dikwijls is er geen spoor van zulk een

Sluiten