Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 983. Hieraan sluit de vraag, hoe de genoemde oorzaken het tot stand komen van het emphysema kunnen bewerken. De theorie van Laennec , die tot dusver de meeste begunstigers had, verdient eerst vermeld te worden. Deze scherpzinnige waarnemer hield den catarrhe sec voor de veelvuldigste oorzaak van emphysema, ofschoon hij ook de mogelijkheid van het ontstaan uit andere oorzaken toegaf, en zelfs vermoedde, dat in vele gevallen de verwijding der luchtbuizen het primitive, de verkoudheid het secundaire kon zijn. Laehnec stelde zich de kleine luchtbuisjes in deze slepende verkoudheid door de taaije fluimen of het gezwollen slijmvlies verstopt voor; de inademingsspieren moeten eene krachtinspanning maken, om de verhindering te overwinnen; de longcellen worden sterk uitgezet. De uitademing, die de bestemming heeft, om de gewelddadig uitgezette longcellen weder tot hunnen geringsten omvang terug te brengen, heeft echter niet dezelfde krachten tot hare beschikking, als de inademing; zij is slechts het werk van de veerkracht van den ademhalingstoestel en van de zamentrekking der zwakke tusschenribsspieren; maar zij is niet voldoende, om de lucht uit de longcellen in weerwil van de verhindering in de luchtbuistakken volledig uit te drijven; de longcel blijft gedeeltelijk met lucht gevuld; daarbij komt nu eene nieuwe hoeveelheid lucht bij de naastvolgende inademing; de warmte der longen zet bovendien de van buiten in de longblaasjes dringende koelere lucht uit, en dit te zamen veroorzaakt eindelijk de blijvende verwijding der blaasjes. — Gelijk reeds gezegd is, verstaat men Laehnec verkeerd, wanneer men beweert, dat hij hiermede ieder longempbysema heeft willen verklaren. Deze theorie is onder anderen niet toepasselijk op die gevallen, waar men de belemmerde ademhaling tot aan de kindsheid toe kan vervolgen en de verkoudheid ongetwijfeld van lateren oorsprong is, dan het emphysema. De tegenwerpingen van Louis daartegen, dat het emphysema aan den scherpen rand der long en in deszelfs omtrek het sterkst ontwikkeld isj terwijl de acute longverkoudheid hare oorspronkelijke zitplaats naar achteren en beneden heeft — dat men voorts de aan de emphymateuse streken palende luchtbuiskanalen gemeenlyk ledig en zonder slijm of schijnvliezen aantreft, zijn niet houdbaar of afdoende, omdat het zinkingachtig proces afgeloopen, op eene andere plaats bepaald en het emphysema als overblijfsel nagebleven kan zijn. Hasse en Rokitansky zijn van Laennec s theorie niet af keerig ; alleen hecht Rokitansky meer aan de uitzetting der luchtblaasjes door de gewelddadige inademingen zelve, waardoor eindelijk verlamming van de zamentrekkingskracht des longweefsels en hiermede een stilstand der lucht in de verwijde longblaasjes veroorzaakt wordt. Echter doet zich hier de vraag op, of de zamentrekkingskracht der longblaasjes niet op eene andere wijze verzwakt, verlamd, en aldus de naaste oorzaak der passive verwijding worden kan. Wij weten ten minste, dat slepende vochtstilstand in andere bewerktuigde kanalen, in de blaas, in de maag,

emphysema aanwezig, en men kan het niet als de eenige oorzaak van den dood in deze gevallen beschouwen. Het longemphysema zou dikwijls zeer snel kunnen ontstaan, — misschien door-ingespannen supplementaire ademhaling bij longontsteking, bij plotselinge afzetting van tnbcrkcls. Laennec houdt het voor mogelijk, dat er ook eene vrijwillige uitwaseming van gas in liet tusschenweefsel der long kan plaats grijpen.

Sluiten