Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de darmen een dergelijk resultaat voortbrengt. Opmerkenswaardig dunkt ons in dit opzigt ten eerste de waarneming van Laennec te zijn, die het longemphysema een paar malen ten gevolge van verstikking door riolengaz aantrof, ten tweede de even ongebruikt gelatene opmerking van Louis, die onder 50 choleralijken bij 23 de aanwezigheid van longemphysema aanteekende (1). In beide gevallen is waarschijnlijk de zamentrekkingskracht der longblaasjes primitief verlamd; wij herinneren hier aan de door Vetter waargenomene gevoelsverlamming van de ademhalingswerktuigen bij choleralijders. Kan ook niet het in overmaat uitgescheiden en in de longblaasjes opgehoopt koolzuur verlammend op de zamentrekkingskracht dezer cellen werken (2)?

§ 984. Rokitansky heeft op eene andere gewigtige oorzaak van het longemphysema de aandacht gevestigd — op eenen atrophischen en verlamden toestand des middelrifs. Maar niet alleen de verlamming des middelrifs, maar de verlamming van de ademhalingsspieren over het geheel en in het bijzonder van die, welke voor de uitademing dienen, zal eene gelijke werking hebben. Wanneer de borstkas ten gevolge der spierverlamming hare natuurlijke verheffing en daling verloren heeft, geschiedt hetzelfde als bij het verlies van de zamentrekkingskracht der longblaasjes; op de uitzetting bij de inademing volgt geene overeenstemmende uitademing en borstkas en longen blijven in den toestand van tegennatuurlijke verwijding; de drukking der uitwendige lucht zet de longcellen bestendig uit, zonder dat van den kant der borstkas door tegendrukking de zamentrekking der longblaasjes ondersteund wordt (3).

§ 985. Volgens Rokitansky wordt de verdikking der wanden van de verwijde cellen voornamelijk door verdorring des longweefsels in haren omtrek, door zamendrukking en ineensmelting met den wand der verdorde cel bewerkt; » in weerwil daarvan," zegt deze ontleedkundige, »ontstaat bij

(1) Magehlik heeft dezelfde 'Waarneming bij choleralijders gemaakt, die eerst na 50 of 36 uren bezweken. Swan heeft bij dieren, die na doorsnijding van het 8ste zeuuwpaar aan den hals gestorven waren, de longen ongemeen met lucht gevuld gevonden.

(2) Door proeven met onadembare luchtsoorten bij dieren zou mogelijk iets tot beslissing dezer twijfeling te doen zijn.

(3) Rokitamskï's hier aangehaalde plaats (t. a. p. S. 67) luidt als volgt : » Het emphysema ontwikkelt zich ook in gevallen, waarin zulke schadelijkheden (hevige inademingen) volstrekt niet plaats gevonden hebben, en dat wel langzaam, bij personen, die een zittend leven leiden. Bij de zoodanige zijn de meer zeldzame, maar des te diepere inademingen des te meer de aandacht waardig, omdat zij eenzijdig met veronachtzaming van de werking des middelrifs (de buikinademing) geschieden, omdat de bezigheden van zulke personen eene gebukte , de ruimte van den buik vernaauwende houding, en gelijktijdig krachtinspanning der bovenste ledematen vereischt. Eene verlamming en atrophische toestand des middelrifs wordt hier van het grootste gewigt. De hierdoor verhinderde ademhaling met den buik wordt door de ingespannen werkzaamheid der andere groote ademhalingsspieren vergoed, en dit stemt juist met de hijzonder in het bovenste gedeelte der borstkas in het oog loopende verwijding van de ruimte der borst, en ook daarmede overeen, dat het emphysema zich het eerst en in zijne sterkste graden in de bovenste longkwab , en dat wel in hare voorste gedeelten, ontwikkelt." Ik ben aan de waarheid schuldig te bekennen, dat reeds voor twee jaren mijn scherpzinnige vriend, Prof. Stromeijer , mij aanspoorde, om mijne aandacht op het oorzakelijk verband tusschen de verlamming der ademhalingsspieren en het longemphysema te bepalen; dat dit verband een ernstig onderzoek verdient, is mijne innigste overtuiging.

Sluiten