Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ JJO. Het longemphysema gaat slechts zelden in genezing over, ofschoon het door Laenrec, Bouillaud, Osborke, Stokes niet voor ongeneeslijk gehouden wordt. Laenkec gelooft likteekenen van scheuren in de longen, die van eene overmatige uitzetting der luchtbuiscellen afkomstig waren, te hebben gevonden, en bij vele zieken zou het met de hand vroeger voelbaar kraken v®™wenen Het bewijs, dat de herkenning juist geweest is, blijft echter

altijd onvolledig. Tijdelijk nalaten der benaauwdheid en der aamborstigheid heeft somtijds plaats, wanneer de fluimlozing gemakkelijker wordt en de taaije fluimen, die de luchtbuizen opstoppen, los komen. De veelvuldig terugkeerende verkoudheden zijn de voornaamste plaag der lijders • zij vermeerderen gemeenlijk alle toevallen. Hypertrophie en verwijding van het hart, die zich met het emphysema verbinden, bespoedigen het beloop der laatstgenoemde ziekte. In zeldzame gevallen schijnt het beloop van het longemphysema sneller te kunnen zijn; van eenen snellen dood do-r interlobulair emphysema zijn verscheidene voorbeelden bekend (1).

$ 991. Het eenvoudig longemphysema zal slechts hoogst zelden eenen doodehjken afloop hebben, zoo het geenen hoogen graad bereikt en niet algemeen is; de oorzaak des doods ligt gemeenlijk in andere veranderingen, die zich in den loop van dezen ziekelijken toestand ontwikkelen, voorname ijk door waterzucht of door long-, of hartverlamming, door aderlijke hloedovervulling en beroerte der hersenen.

Behandeling.

§ 992. De oorzakelijke aanwijzing van de behandeling van longemphysema bestaat in het wegnemen der zamenstellingen, inzonderheid der slepende verkoudheid, waaraan deze zieken onderhevig zijn , in het afweren van alle gelegenheidsoorzaken, waardoor eene acute zinkingachtige tusschenkomende aandoening veroorzaakt kan worden, in de vermijding van inspanningen bij het inademen, die de gewelddadige uitzetting der luchtcellcn kunnen doen toenemen. Laensec houdt dus de behandeling van den catarrhus siccus ook voor den grondslag van de behandeling van het emphysema; hij raadt hiertoe vooral het gebruik van loogzouten aan; de vatbaarheid ■voor zinkingachtige aandoeningen moet men door inwrijvingen met olie \eratompen (geschiedt dit niet beter door koude wasschingen?); bij bleeke kwaadsappige voorwerpen raadt hij tot hetzelfde einde aan inwendig koolzuur ijzer te gebruiken. Lijden de luchtbuizen aan hebbelijke opstopping door taai slijm, dan is het misschien wel raadzaam, om de fluimlozing door squilla, braakwijnsteen, door verzachtende inademingen gemakkelijk te maken; men raadt het dragen van flanel op het bloote lijf aan, laat den lijder het inademen van stof, het verblijf in eenen vochtigen, neveligen dampkring , veel praten, zingen enz. vermijden; zwelling der luchtbuisklieren zoekt men door gepaste middelen weg te nemen.

$ 993. De behandeling van het longemphysema schijnt ons voornamelijk daarom nog zeer in haar begin te zijn, en geene vruchtbare uitkomsten

(1) Verg. gevallen van Oiuviua, Filore, Tros, Piet in Monneret Compendium etc. T. 11R p. 205, en Lebert, Arclüv, gen. de Méd, 1838. Avril et Mai. Schmidt's Jahrbücker, lid. XX. S. 294.

Sluiten