Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in Eilinb. Journ. 1834. Nr. 121. Sciihidt's Jahrb. Bd. IX. S. 23. — Cabswïi.1 , lllustrations of the elementary forms of disease. Lond. 1834. fascic. IV. — G. Hamiltoh , in Edinb. Journ. 1834. Kr. 121. Scwhidt's Jahrbüch. Bd. IX. S. 179. — Gregory, in Edinb. Journ. Vol. XXXVI. — Thomson, in Lond. Medico-chir. Transact. 1837. T. XX. Schmidt's Jabrb. Bd. XXVIII. S. 262. — Stkatton , in Edinb. Journ. 1838. Nr. 135. Schmidt's Jahrb. Bd. XXIV. S. 301. —Riliiït, in Arch. gén. de Méd. 1838. Juni. — IIeïfelder , in Heidelb. med. Ann. Bd. VI. S. 137. — Rokitassky, 1. c. Bd. III. S. 120. — Hasse, 1. e. Bd. I. S. 511. — Wiluabs, 1. c, S. 340.

§ 1010. Laennec en de meeste ziektekundigen na hem dringen aan op de onderscheiding van de ware en onware melanosis der longen; de eerste is, volgens hen, een nieuw ontstaan vreemd vormsel met neiging tot verwoestende woekering, de laatste eene afzetting van zwarte kleurstof, die hij volwassenen ook in den gezonden toestand niet ontbreekt, maar toch in hoeveelheid de overhand nemen en op de verrigting van de ademhaling heiemmerend werken kan. Onderwerpt men de door Laexnec opgegevene onderscheidende kenteekenen van de ware of onware melanosis aan een nader onderzoek, dan erkent men spoedig, dat dit onderscheid geen steek houdt, en dat dit onderwerp aan een naauwkeuriger onderzoek nog veel behoefte heeft.

Ontleedkundige kenmerken.

§ 1011. De zoogenoemde zwarte longenstof vindt men in de longen van bijna alle volwassenen en zij hoopt zich ook in de regte evenredigheid tot de klimmende jaren op. Alleen wanneer zij in overmaat aanwezig is, maakt zij eene ziekte uit; aanvankelijk neemt men haar als zwarte punten, strepen op de oppervlakte en in het binnenste der long, dikwijls ook op het borstvlies waar; de longen knetteren, zwemmen en hebben nog niets van hare doordringbaarheid verloren. De zwarte kleur strekt zich bij eenen hoogereri graad over groote streken van de long, over eenen geheelen longvleugel uit; het eigen weefsel is niet meer alleen sterker, maar dikwijls door en door zwart als inkt gekleurd, wordt hard, broos, wrijfbaar als vochtige turf, is vaak met zwarte wei doortrokken. Men heeft getwijfeld, dat deze zoogenoemde pseudo-melanosis, even als de ware melanosis, in verweeking kan overgaan, en heeft juist deze verandering voor een kenmerkend karakter van deze laatste gehouden. Intusschen vindt men vaak de met zwarte stof doortrokkene plaatsen van de long in onregelmatige holten veranderd, die met elkander gemeenschap oefenen en eene even als de wanden zwart gekleurde vloeistof bevatten. Om deze gevallen voor ware melanosis te kunnen houden, ontbreekt de tegenwoordigheid van een gelijk vreemd voortbrengsel in andere deelen, de snelle ontwikkeling en verwoesting, die aan kankerachtige gezwellen eigen is; evenmin kunnen wij daarin eene knobbeltering met toevallige kleurstofafzetting herkennen; want dikwijls vindt men geen spoor van tuberkels, hetgeen toch bij eene uitgestrekte verwoesting onverklaarbaar zou zijn. Door den in den omtrek der opgehoopte zwarte longenstof zich ontwikkelenden vochtstilstand (hepatisatie, zuchtige zwelling) kan zij in den toestand van versmelting gebragt en in eene donkergrijze of bruine pap veranderd worden, die bij gemeenschap met de luchtbuizen door dezelve gedeeltelijk ontlast wordt. Volgens Craig zijn de long-

Sluiten