Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verschijnselen.

§ 1015. De melanosis der longen laat zich dan alleen -vermoeden, wanneer bij het gevoel van geringere of grootere belemmering in het ademhalen, bij toevallen van aamborstigheid, bij de verschijnselen van slepende longontsteking of luchtbuisontsteking, hoest enz. de fluimen zwart gekleurd zijn; maar dikwijls is deze verandering van het longweefsel zonder die fluimlozing aanwezig. Bij ware melanosis voegen zich hierbij de verschijnselen van kwaadsappigheid en waterzucht, somtijds zonder aanzienlijke vermagering, melanotische vlekken van de huid enz.

Oorzaken.

§ 1016. Wij hebben reeds de hooge jaren, de verdooving van een gedeelte der longzelfstandigheid door vroegere tuberkelzucht der longen (toch ook eene soort van verandering door ouderdom?) als oorzaken van de zwarte infiltratie der longen opgenoemd. In de longcellen grijpt de uitscheiding van koolzuur uit het aderlijk bloed plaats; wordt een gedeelte der uitscheidingsvlakte onbruikbaar, dan wordt deze vervangen door de nog opengeblevene longcellen; de uitwerping der uitgescheidene stoffen geschiedt door de luchtbuistakken; zijn deze gedeeltelijk gesloten, zoo als dit na de likteeken-' vorming van tuberkelholten of in verkalkte knobbels gewoonlijk plaats grijpt, dan wordt de koolstof gepraecipiteerd en hoopt zich als pseudomelanosis op. Gelijk de vaten in zulke deelen in het algemeen , zijn ook de opslorpende vaten gesloten. Gelijke omstandigheden komen in de longen van bejaarde lieden uit hoofde van de toenemende toesluiting van de haarvaten voor.

§ 1017. Men heeft het ontstaan van de pseudo-melanosis in het algemeen of ten minste in zekere gevallen van het inademen van kolenstof, kolendamp, lampenroet afgeleid, en hierdoor haar veelvuldiger voorkomen bij kolenarbeiders, ijzergieters, in fabrieksteden verklaard; voorts de overmaat van koolstof in de scheikundige bestanddeelen van deze ontaarding als bewijs daarvan aangevoerd. Dat de opgenoemde schadelijkheden het ontstaan van anthracosis der longen begunstigen, laat zich niet ontkennen. Maar even dikwijls komt zij voor, waar die invloeden niet kunnen aangetoond worden en voor die gevallen zal de boven gegevene verklaring wel toereikend zijn. De meening, dat eene tuberkelzieke of anders aangedane long door deze ziekte een secundair punt van aantrekking voor de kolendeeltjes wordt, heeft minder voor zich.

Behandeling.

(J 1018. Al vermoedt men ook den aard der ziekte, dan blijft toch de behandeling altijd slechts symptomatisch; men bestrijdt de toevallen van den slependen vochtstilstand in de longen of de luchtbuizen, verwijdert de zieken uit eenen dampkring, die met kolenstof enz. overladen is, brengt hen in eene zuivere lucht, bevordert de afscheidingen door veel drinken , mineraal waterkuren.

III. 2.

25

Sluiten