Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KANKER DER LONGEN;

(Mergsponsgezwel der longen ; Scirrhus, Carcinoma en Fungus pulmonum; Bayle's kankerachtige longtering.) — Kanker van het middelvlies.

Morgagni, Epist. XXII. Art. 22. en Epist. XX. Art. 39. — Van Swieteh, Comment. ad aphor. 797. — Langstaff, in Medico-chir. Transact. 1818. \ol. IX. P. 2. — Th. Porcïank.0, D. de encephaloïde. Yiln. 1821. — Heister, D. de asthmate scirrhoso , hactenus fere neglecto. Helmst. 1749. — Bavle, 1. c. — Laennec, 1. c. Andral, Clin. méd. Meyen , Ueb. d. Natur. parasitischer Geschwülste im menschlichen Körper. Berl. 1828. Nacmann, 1. c. Bd. 1. 613. — Bodillaud , in Universallex. Bd. III. S. 259. — Oettingsr, in Jahrb. d. Münchner ürztl. Vereinsz. 1835. S. 98; Sciimidt's Jahrb. Bd. VIII. S. 473, — Strüve, D. de fungo pulmon. Lips. 1837. — Heïfelder, in Studiën u. s. f. Bd. I. S. 62. — Stok.es, Brustkrankh. Hoogd. vert. S. 586; in Analecten v. Bressier und Jacobson; Bd. I. S. 875. — Carswell, Element, forms of disease. Fase. III. — Durand-Fardel, in Journ. hebdom. 1836. Nr. 33. — Heyfelder, in Arch. gén. de méd. 1837. Juill; Schmidt's Jahrb. Bd. XVII. S. 280. — Hope, Pathol. Anat. Hoogd. vert. S. 56. — Tii. Falgon, in Lond. med. Gaz. Vol. XXI. 1838. p. 731; Sciimidt's Jahrb. Bd. XXXII. S. 32. — Herzog, in Casper's Wochenschr. 1839. Nr. 41. Schmidt's Jahrb. Bd. XXVIII. S. 62. — Gallardi, in cbiodei, Annali. 1839. Dec. Schbidt's Jahrb. Bd. XXXI. S. 74. — Osius, in Heidelb. med. Ann. Bd. YI H. 1. Schmidt's Jahrb. Bd. XXXI. S. 76. — Canstatt , in Holscher's Annal. 1840. Bd. V. S. 433. — Sckwartx , Mittheil. Rigaischer Aerzte. I. S. 131. — Rokitanskï" , 1. c. Bd. III. S. 146. — Hasse, 1. c. Bd. I. S. 498. — Sïms , in Medico-chirurg. Transactions. Vol. XVIII.— Marshal Hdghes , in Goij's Hosp. Rep. Oct. 1841; Froriep's n. Not. Bd. XXI. Nr. 22. — Watson, in Lond. med. Gaz. 1841. Dec. S. 481. — Yan Kleffens , De eancro pnlmon. Groning. 1841. — W. Stok.Es, in Dublin Journ.; Arch. gén. de Méd. 1842. Juill. S. 304.

5 1019. De long heeft weinig neiging tot kankerachtige ontaarding. Bayle heeft onder 900 gevallen van longtering slechts 3 malen de door hem zoogenoemde phthisie cancéreuse waargenomen, Bégin zag haar in 200 lijkopeningen viermalen ? Velpeau en Andral zagen haar slechts eens. De kanker van het middelvlies is bijna even menigvuldig als de primaire kanker der longen.

Ontleedkundige kenmerken.

§ 1020. De kanlier van het middelvlies en van de longen is in het grootste aantal van gevallen mergsponsgezwel, Hasse zag eene enkele maal geleiachtigen kanker, en ik zelf heb een geval waargenomen, dat ik voor scirrheuse ontaarding houde (1). Bij kanker van het voorste middelvlies is soms reeds uitwendig op de borst eene opzetting der tusschenribsruimten, des borstbeens merkbaar; het in het middelvlies gezeteld, meer of minder met de naburige deelen vergroeid , op eene witte, grijze of bruine spek- of mergzelfstandigheid gelijkend, van binnen dikwijls verweekt, van 1 tot ]2 en 14 ponden wegend vreemd yormsel verdringt de longen, die tevens meer of minder zamengedrukt zijn, het hart, het middelrif. De in het achteiste mid-

(1) Oettingek's geval schijnt ook meer scirrhus dan mergsponsgezwel geweest te zijn.

Sluiten