Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ken tusschen de schouders, in de streek des borstbeens, onder de sleutelbeenderen, over pijn in den hartkuil; dikwijls heeft het pijnlijk gevoel het karakter van werkelijk zijdewee, verwisselt van plaats, keert periodiek terug en schijnt werkelijk in de meeste gevallen van consensuele gedeeltelijke pleuris, welke de bij teringziekten gewone vergroeijingen der longen met liet ribbevlies veroorzaakt, of van de overgeblevene aangroeijingen af te hangen. Houdt de bewegelijkheid van de borstkas op, worden de aangegroeide plekken door de beweging der borstkas niet meer uitgerekt, dan laat de pijn na. Of de opvulling met tuberkels in de long oorzaak der pijnen kan zijn, is onzeker. Zooveel is er bekend, dat bij uitgèstrekte tuberkelophooping en bij verwoesting des longweefsels de pijn volkomen kan ontbreken (1). Behalve deze steken in de borst hoort men ook vaak over een dof pijnlijk gevoel klagen, dat over de geheele borst uitgebreid kan zijn en eindelijk in het gevoel van hooge benaauwheid bij het ademen overgaat. Pijnen in het strottenhoofd, in de luchtpijp, bij het slikken hangen met verandering in deze deelen zamen. De zitplaats van de borstpijn komt niet altijd overeen met die der ontleedkundige verandering.

§ 1069. F) Hoest. Als een voor een groot aantal van gevallen geldende regel (die echter talrijke uitzonderingen heeft) mag aangenomen worden , dat de hoest in het tijdperk van de raauwheid der tuberkels droog is, of slechts met het ophoesten van taai, schuimachtig speeksel gepaard gaat, dat deze drooge hoest den lijder bij voorkeur des avonds, nog meer des morgens bij het ontwaken, vervolgens na maaltijden plaagt, eindelijk de nachtrust stoort, maar over dag merkelijk nalaat, of geheel ophoudt, dat in het tijdperk der verweeking de hoest vochtiger wordt (2). Hoest is meest het eerste verschijnsel der ziekte en kan maanden , jaren lang zonder eenig ander teeken duren. Hij houdt voor eenen tijdlang op, vooral in het warme jaargetijde, keert dan terug, maakt zonder grond veelvuldige instortingen, wordt aanvankelijk als onbeduidende verkoudheid behandeld, en verdwijnt eindelijk niet meer. Dikwijls noemen de zieken in het begin van het lijden het strottenhoofd als de plaats, van waar het drooge hoestje ontstaat. Van lieverlede verwekt hij bezorgdheid door de hardnekkigheid, waarmede hij aanhoudt of terugkeert. De hoest kan zoo hevig en krampachtig worden als in den kinkhoest (tussis ferina) en tot het ontstaan van braken toe; hij kan, inzonderheid bij vrouwen en kinderen, aanvalsgewijs terugkeeren. In het colliquatief tijdperk laat hij gewoonlijk des morgens met het opkomen yan het zweet en het vochtiger worden der fluimen na; inspanning, ligchaamsbeweging, spreken, gemoedsschokken, verkouding, -verhitting kunnen hem te weeg brengen en verergeren. Gevallen , waarin gedurende het geheele beloop der longtering

(1) Onder de zieken van Louis waren 22 geheel vrij van pijn gebleven. De jfijn tnsschen de schouders zou voor de herkenning van tuberkelzucht eenige diagnostische waarde hebben. Bij pijn in den hartkuil en in de streek der rugwervelen vond Portal dikwijls vergroeijing der longen met het middelrif. In andere gevallen gelooft Postal , dat de pijnen door ettering van het achterste gedeelte der longen in de zenuwvlechten veroorzaakt wordt.

(2) Somwijlen is er ook reeds van het begin af aan slijmachtige iluimlozing aanwezig. Blijft de hoest droog tot aan den dood,.dan hangt dit daarvan af, dat er geene verweeking der tuberkels of geene rijkelijke afscheiding in de luchtbuizen heeft plaats gegrepen, lil de avondverheffing wordt ook de vochtige hoest weder droog.

Sluiten