Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

buurschap van het hart, in het middelvlies, in de tusschenruimten van de spieren der ledematen. Het laatst strekt zich het -verlies in omvang tot inwendige deelen uit; echter worden deze ook eindelijk in het algemeen marasmus medegesleept, waaruit atrophie van de zelfstandigheid -van het hart, verdunning van de maagwanden bij teringzieken ontstaat. De longtering is in het algemeen des te minder geneeslijk, hoe meer de zieke vermagert. Dikwijls is de vermagering het eerste verdachte verschijnsel, somtijds vertoont zij zich eerst, nadat de ziekte ver gevorderd is, vermagering bij eenen gelijktijdig menigvuldigen pols, krachtverlies en moeijelijkheden in het ademhalen is bijna altijd een teeken van longtuberkels.

5 1080. K) Koorts. In de manier, waarop de koorts verschijnt en verloopt, in de wijze van hare verheffingen en nalatingen, van haren zamenhang met de verweeking der tuberkels en de vochtontbindingen ligt iets karakteristieks, dat de koorts, hoe verschillend haar vorm ook wezen mag, tot een gewigtig diagnostisch bijmiddel in deze ziekte maakt. De graad van hevigheid der koorts is ook een werkelijk onderscheidend kenmerk voor de acute en slepende verscheidenheid van tuberkelzucht der longen, waarop wij later zullen terugkomen. In het begin der ziekte ontbreekt de koorts dikwijls, of zij verraadt zich slechts door ligte sporen, door eenen snelleren pols, door eene verhoogde roodheid der wangen op zekere tijden van den dag; de koorts kan zelfs ontbreken, wanneer er reeds holten aanwezig zijn. Dikwijls is echter ook eene koorts met krachtverlies en vermagering (de febris lenta der ouden), waaraan zich volstrekt geen plaatselijk lijden als oorzaak laat aanknoopen, het eerste blijk eener verborgene tuberkelzucht der longen ; heeft zulk eene koorts den overigen grondvorm van hectische koorts, de omschrevene roodheid der wangen, de lastige hitte in de handpalmen en voetzolen, de scherp geteekende avondverheffingen met reeds terugkeerende koude rillingen, en eindigende in zweet tegen den morgen, staat de hevigheid der koorts in tegenspraak met de bijna volkomene ongereptheid van de hersen- en spijsverteringsverrigtingen en met den algemeenen toestand der krachten, dan is het vermoeden van longtering des te meer gegrond. Zeer bedriegelijk is in die gevallen, waar de plaatselijke verschijnselen nog meer op den achtergrond staan, de gelijkenis dezer koorts met eene tusschenpoozende koorts; dagelijks komt des avonds (somtijds twee malen daags) eene koude huivering op, daarop volgt hitte en eindelijk een ruim zweet; tusschen twee koortsaanvallen volledige koortsvrijheid. Het opkomen van den koortsaanval des avonds laat echter reeds vermoeden, dat hier iets anders, dan echte tusschenpoozende koorts in het spel is, daar de alledaagsche koorts meestal hare aanvallen des morgens maakt.

§ 1081. Gemeenlijk is de koorts aanhoudend en wordt slechts des avonds en na de maaltijden sterker. Dikwijls komt de eerste verheffing des middags op, waarna tegen 5 ure eene zwakke nalating volgt, spoedig daarop neemt de koorts weder tot middernacht toe; met het naderen van den morsen.

O /

nalating, slaap en nu uitbreken van het zweet. Maar ook komt er soms vóór het middagmaal koortsverheffing, bij het gebruik van het ontbijt bijna nooit; zoodat de spijsvertering en de overgang van den chijl in het bloed niet voor de oorzaak der verheffingen kunnen gehouden worden. Volgens vak Swietex neemt de koorts voornamelijk dan toe, wanneer de tuberkels

Sluiten