Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Herkenning.

§ 1096. De herkenning der longtering van de keeltering zie bladz. 98.

De onderscheiding der longtering van slepende lacht buisaandoening is niet zelden moeijelijk, daar bijna altijd een zekere graad van vochtstilstand in de luchtbuizen de tuberkelzucht in de longen begeleidt en de teekenen van beide zich vermengen. Echter is voor de longtering, wanneer zij niet geheel nieuw is ontstaan, het eigenaardig maaksel van de borstkas karakteristiek, die bij de zuivere luchtbuisontsteking ontbreekt. De luchtbuisontsteking wordt zelden door aanvallen van bloedspuwing voorafgegaan; de percussie geeft overal eenen natuurlijken klank; de teekenen van holten ontbreken gemeenlijk met uitzondering van de gevallen van verwijding der luchtbuizen ; de vermagering maakt langzamer voorgangen; in de opgehoeste stof ontbreekt de tuberkelstof.

§ 1097. Niet minder moeijelijk is somtijds de onderscheiding van slepende longontsteking. Echter ontbreekt hier meestal de erfelijke aanleg; het lijden van de long veroorzaakt van het begin af aan eenen hoogeren graad van belemmering in de ademhaling; de fluimen zijn dikwijls safraangeel, bloederig gekleurd, zeer zelden heeft er eene eigenlijke bloedspuwing plaats. De teekenen van hepatisatie, doffen percussieklank, ontbreken van het ademhalingsgeruisch vindt men in het onderste gedeelte van de borstkas, waar tuberkelzucht ongewoon is. De fluimen zijn veel minder sterk, dan bij longtering; verschijnselen van holten ontbreken; ook heeft de koorts een ander karakter; er zijn geene vochtontbindingen bij aanwezig.

$ 1098. De verlenging van de lel verwekt somtijds eene prikkeling van het strotklepje, eenen hardnekkigen hoest met uitwerping van slijm, de zieke kan daarbij vermageren en des te eer voor teringachtig gehouden worden, omdat er zich ten gevolge van den inspannenden hoest dikwijls steken in de borst vertoonen, het strottenhoofd pijnlijk, de pols klein en ongelijk wordt. Men moet in gevallen, waar men omtrent de aanwezigheid van tuberkels in twijfel is, dus nimmer verzuimen , om de keel naauwkeurig te onderzoeken.

Oorzaken.

§ 1099. Het gaat moeijelijk om de oorzaken der longtering van die der tuberkelzucht af te scheiden. De schadelijkheden , die als oorzakelijke omstandigheden dezer kwaadsappigheid in het algemeen zijn opgegeven (verg. Deel I, bladz. 220. volgg.), hebben noodzakelijk ook haar aandeel aan het verwekken van de bijzondere postvatting in de longen. Alleen moet hierbij nog het volgende in aanmerking genomen worden:

1) Er zijn, behalve den aanleg tot tuberkelzucht (zeker eene vrij onbepaalde uitdrukking; daar stellig meestal de aanleg reeds de beginnende ziekte zelve is!), of behalven de reeds bestaande vochtontmenging nog andere factors werkzaam, die juist het ziektebedrijf tot postvatting in de longen leiden; de zoodanige zijn vooral de jeugdige leeftijd, de met de hoogste ontwikkeling der ademhalingswerktuigen gepaarde hoogere prikkelbaarheid en vatbaarheid voor ziekten derzelve, een oorspronkelijk zwak, voor ziekmakende invloeden vatbaar maaksel van de borst, eene onevenredigheid der ademhalingswerktuigen tot de overige ligchaamsdeelen, ten gevolge van

Sluiten