Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(ji 1148. De behandeling moet onder de onzekerheid, die er bestaat omtrent de betrekking tusschen de ziekte en de oorzaken, die men meent, dat haar verwekken, noodzakelijk lijden. Wij verwijzen tot hetgeen wij over de in oorsprong verschillende soorten van tuberkelzucht der longen gezegd hebben ; derzelver bestaan is grootendeels zeer twijfelachtig; met welke zekerheid zal men op zulke twijfelingen oorzakelijke aanwijzingen bouwen? Menig geneesheer is snel gereed, om eene phthisis dysmenorrhoica aan te nemen, wanneer hij bij gelijktijdig borstlijden de stondenafscheiding mist, en doet zijn mogelijke best, om de uitgedoofde afscheiding te herstellen. Maar de stonden blijven niet uit, omdat zij naar de longen verdwaald zijn, maar omdat zij over het geheel alleen bij eene volledige en regelmatige bloedmaking mogelijk zijn.

(jj 1141. Eene andere vraag, die de oorzakelijke aanwijzing betreft, is deze: Toegegeven, dat b. v. de onderdrukking eener afscheiding in een dadelijk oorzakelijk verband staat met de tuberkelzucht der long, dat de longziekte het plaatsvervangend vormingsproces Van dit afscheidingsbedrijf is — is dan ook niet in de tuberkelvorming het vlugtige, zwervende van dit antagonismus uitgedoofd? laat het zich denken, dat met de herstelling der regelmatige verrigting ook het in de long nedergelegd voortbrengsel weder vloeibaar gemaakt en opgeslorpt, van de long afgeleid -wordt? Hoogstens zoude daardoor verhinderd kunnen worden, dat er zich versche tu-

berkelstof afscheidde.

§ 1142. Hoe dit ook zij, wij mogen onder de tegenwoordige omstandigheden en bij eeniezins waarschijnlijke aanduidselen van eenen in ooi sprong

specifieken grondslag der ziekte de vervulling der oorzakelijke aanwijzing niet nalaten , zoo wij geen gevaar willen loopen, iets gewigtigs te verzuimen. Juist de uitslag der oorzakelijke kuur is somtijds de eenige proefsteen van den specifieken oorsprong der ziekte. De doorslaandste bewijzen daarvoor levert de venerische tering op. Terwijl in andere gevallen van tuberkelzucht der long en tering het gebruik van kwikmiddelen bedenkelijk is en meestal de verweeking der knobbels en de colliquatie bespoedigt, geneest de venerische tering onder den invloed van eene krachtdadige behandeling met kwikzilver, van de smeerkuur (waarvan ik zelf een doorslaand voorbeeld heb waargenomen), van het inwendig gebruik van sublimaat (1).

wanneer er bij eenen teringachtigen aanleg bloedhoesten ontstaat, alle zes maanden eene profylactische aderlating verrigt wordt; echter zou men bij herhaling der bloedontlastingen de hoeveelheid des bloeds geringer moeten nemen. Laemiec verwerpt de bloedontlastingen als voorbehoedmiddel ivan tuberkelzucht, en heeft slechts in eenen zekeren zin gelijk; hij beperkt hare aanwending tot de zamenstelling der luberkels met bloedophoopingen en ontstekingen. liet gevaarlijke van zulk eene praktijk ligt daarin, dat, wanneer men het bij zoodanige individu» tot werkelijke blocdophooping en ontsteking laat komen , ook reeds een gedeelte van het kwaad geschied is en hoo-st moeijelijk ongedaan kan gemaakt worden ; het is gemakkelijker , door eene prophylactiscbe aderlating de bloedophooping naar de borst te verhoeden, dan haar, wanneer zij eens bestaat, uit den weg te ruimen , of al hare gevolgen weg te nemen. Home's en Sioil s raad is vast in de hier bedoelde gevallen de zekerste. ,

(1) Genezingen der venerische longtering door sublimaat vindt men bij BüfiSERits (t. a. p. iv. 91) opgeteekend; Tode wendde sublimaat op de van SwiETEN'sehe wijze aan; maar schreef daarbij een afkooksel van kina en salsaparilla voor met melk, als uitsluitend voedse .

Sluiten