Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

J 1180. De ouden spraken van een koudvuur der longen als uitgang van den hevigsten graad van longontsteking. Laennec heeft de verdienste, dat hij aangetoond heeft, dat er in dezen zin volstrekt geen koudvuur der longen bestaat en dat juist de hevigste longontsteking nooit in koudvuur eindigt. De gangraena pulmonum is een van de longontsteking geheel verschillende ziektevorm, gekenmerkt door de hem van het begin af aan, en zonder dat er noodzakelijk ontsteking voorafgegaan moet zijn, eigenaardige rotachtige ontbinding (sepsis) van eene streek der long, om welke eigenschap zij ook door Laennec met de kool op de uitwendige huid vergeleken, en door Sciiöslein in de klasse der neurophlogosen opgenomen is. Longontsteking en koudvuur der longen sluiten elkander niet ui15 de koudvurige plek kan met gehepatiseerd weefsel omgeven zijn; de vochtstilstand in de longen is dan of eene opvolgende ziekte van het koudvuur en door dit laatste in den omtrek opgewekt; of hij is eene toevallige zamenstelling.

Ontleedkundige kenmerken.

§ 1181. Laennkc en alle overigen na hem onderscheiden ontleedkundig een "verspreid en een omschreven (ook essentieel) koudvuur der longen; Scuöniein noemt het eerste den acuten, het laatste den slependen vorm.

De gangraena pulrponurn diffusa is nog zeldzamer dan de reeds zeldzame omschrevene vorm. Hare kenmerken zijn: uitbreiding op eeue grootere streek der longen, op eene geheele kwab, soms op eenen geheelen longvleugel, vuilwitte, groenachtige, bruine, zwarte wankleurigheid van het week, ligt verscheurbaar, dikwijls in pap vervloeijend, met koudvurig stinkenden ^ vlokkig troebelen, schuimachtigen, even zoo gekleurden ichor opgevuld longweefsel , nergens scherpe afperking dezer ontaarding, maar trapsgewijze overgang in het zuchtig, anaemisch, eindelijk geheel gezond overig weefsel; zelden hyperaemische infiltratie of hepatisStie der omliggende deelen. Volgens Rokitansky is de verspreide gangraena vast wel altijd met verspreid koudvuur van het luchtbuisslijmvlies gepaard en heeft hare zitplaats bij voorkeur in den bovensten kwab. Zij voegt zich bijna altijd alleen bij den omschrevenen vorm. Volgens Cruveiliiier vindt men bij verspreid koudvuur altijd eene uitzweeting van wankleurigen etter in het borstvlies. Laennec zag het in 24 jaren slechts 2 maal.

1182. De kenmerken van omschreven koudvuur der longen bestaan in het vormen van eene beperkte koudvurige korst (wat haar voorafgaat is ons onbekend); hierop volgt verweeking en afstooting van de korst, hierdoor vorming van holten, met of zonder verdere uitbreiding der verwoesting.

De korsten zijn begrensde, boon- tot hoendereigroote, onregelmatig rondachtige, koudvurig stinkende, hardachtige, vochtige massas, volkomen gelijkende op de korsten, die het branden met helschen steen op de huid nalaat; deze korsten, meest afzonderlijk, veelvuldiger in de peripherische laag der zelfstandigheid, dan in de diepte der longen , dikwijls zoo oppervlakkig, dat het borstvlies mede in 'de korst bevat is, gewoonlijk in de onderste kwab, en veelvuldiger in de regter long, worden weeker en vloeijen ineen in eene rotachtige pap, die soms als een prop midden in de door da veinieling gevormde holte ligt. De wanden der met ichor of bloed gevulde holte hebben een onregelmatig, draderig, vlokkig, verscheurd, ïottig aan-

Sluiten