Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den zamenhang en den reuk van etter aan; van tijd tot tijd doet zich de koudvurige reuk weder op. De etter kan zoo scherp zijn, dat hij in de keel een brandend gevoel veroorzaakt. Intusschen zijn zeldzame gevallen van koudvuur der longen waargenomen , waar de koudvurige reuk van de fluimen en van den adem tot aan het einde der ziekte geheel ontbrak; gewoonlijk bestaat er dan geene gemeenschap van de koudvurige plek met de luchtbuizen, of deze kanalen zijn ten gevole van sterke zamendrukking des longweefsels door vocht- of gasuitstorting in de borstvliesholte verstopt geworden.

§ 1189. Opmerkelijk is de eigenaardige (zoo als Scdröder vax der Kolk haar noemt, schrikwekkende) uitdrukking in de gelaatstrekken dezer zieken. De tint is bleek, lijkachtig, vuil wit, somwijlen blaauw, de oogen worden dof en blaauw; de aanvankelijk wit of geel beslagen tong wordt onder grooten dorst droog, zwartachtig; de pols wordt zwakker; de ledematen zijn koud; het spreken is voor den lijder moeijelijk , de ademhaling wordt hijgend, de matheid en benaauwdheid klimmen tot den hoogsten graad, de huid bedekt zich met koud kleverig zweet; in de laatste dagen ontstaat hik, soms zuchtige zwelling der onderste ledematen, ijlen, ofschoon in de meeste gevallen de zieken tot aan den dood het bewustzijn behouden. Dikwijls komt er doorliggen, koudvuur van uitwendige wondgemaakte plaatsen, b. v. waar Spaanschevliegenpleisters gelegen hebben , hierbij. Deze reeks der algemeene toevallen is volkomen gelijk aan die, welke zich gewoonlijk ten gevolge van opslorping van koudvuur-ichor vertoont.

Herkenning.

§ 1190. Men mag niet ieder borstlijden met stinkende fluimen voor koudvuur der longen houden. Eene gelijke fluimlozing neemt men waar in vele gevallen van slepende luchtbuisontsteking en van luchthuisverwijding, In de laatste gevallen is echter de aandoening van ouderen oorsprong, terwijl het koudvuur van de long meestal snel en plotseling, zonder dat er borstlijden voorafgegaan is, ontwikkeld wordt. In de andere genoemde ziekten grijpt zelden bloedspuwing plaats, en niet in eene zoo aanzienlijke mate als bij gangraena pulinonum. De fluimen hebben op verre na niet het wan— kleuiig, rottig aanzien; ook is de reuk niet eigenaardig koudvurig. Hetgeen de beiderlei aandoeningen inzonderheid onderscheidt, is het ontbreken van de algemeene adynamie, van de torpide koorts, het ontbreken van snelle vermagering, van snel verval van krachten, van het hippocratische in het gelaat , waardoor het koudvuur der long zich onderscheidt. Bij longtering kunnen de fluimen ook eenen stinkenden reuk aannemen; alleen daii, wanneer zich hierbij de verschijnselen van terugwerking der plaatselijke versterving op de geheele bewerktuiging openbaren, mag men vermoeden, dat de holten of het tusschenliggend weefsel door koudvurige ontaarding is aangetast.

Oorzaken.

5 1191. Zoo men de leerboeken geloof wil schenken, dan worden uitsluitend zwakkelijke, afgeleefde individus door koudvuur van de long aangetast. 22 Waarnemingen, die ik verzamelde en waarin de ziekte doodelijk

Sluiten