Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dikwijls ook (vooral waar organische ziekte van het hart den grondslag uitmaakt) zijn zij tusschenpoozend, de pols wordt klein, onregelmatig. In iet begin van den aanval lozen de zieken somtijds eene groote hoeveelheid van ïeldere waterige pis. Hevige aanvallen kunnen braking, stuipachtige benegingen van verschillende ligchaamsdeelen, zelfs werkelijke epileptische toestanden te weeg brengen.

$ 120.J. Met den stethoscoop hoort men in den aanval op verschillende p aatsen van de borst fluiten, snorken, brommen, meestal zeer zwak, maar soms ook kinderlijk ademhalingsgeruisch (1); de percussie is zelden veranei , echter meenen Laennec en Geddings somtijds eenen dofferen klank over e gehecle borst, Lefèvre een helderder percussieklank dan in den natuurlij, ken toestand te hebben waargenomen. Williams houdt eene gedeeltelijke krampachtige aamborstigheid, die slechts tot éène long beperkt is, of de eene meer dan de andere aandoet, voor mogelijk,

§ 1200. Met het nalaten van de kramp wordt de ademhaling ruimer, do benaauwdheid verdwijnt, de pols wordt regelmatiger en voller, de zieke kan nu beter doorhoesten; de afscheiding in de luchtbuizen wordt vrij, men hoort slijmreutelen, en dikwijls wordt eene groote hoeveelheid taai slijm van een verschillend uitzien (somwijlen draderig naar den buisgewijzen vorm der luchtvaten) met verligting uitgeworpen; dikwijls komt nu zweet, ontlasting van winden, stoelgang en de donkere pis laat een aardachtig bezinksel vallen. De zieke valt in eenen verkwikkenden slaap.

^ 1207. De aanval komt gemeenlijk des nachts, tusschen 10 uren des avonds en 2 uren des morgens, vaker na, dan vóór middernacht, veel zeldzamer over dag, en duurt dikwijls slechts eenige minuten, maar ook wel verscheidene^ uren lang. Zulk een aanval is slechts een gedeelte van den aanval-, d. i. na het. ontwaken voelt de zieke zich niet vrij van alle ongemakken, hij is afgemat, zwaar, ijl in het hoofd, er is benaauwdheid op de boist nagebleven, hij lijdt aan winden, gestoorde spijsvertering; in den volgenden nacht komt weder een aanval, en aldus kan zich dit tooneel 2-r-3 malen, eene gelieele of verscheidene weken lang zoodanig herhalen, totdat < e aanvallen gedurig zwakker worden en eindelijk geheel ophouden. Door opzitten bieten het bed laat zich de naastvolgende aanval dikwijls verhoeen; echter voelt de zieke zich volstrekt niet op zijn gemak, en in den

(1) Laejwec onderscheidt de aamborstigheid, waarin men, in weèrwil van het gevoel van de hoogste benaauwdheid in het ademen, overal de uitzetting der Jongeellen met een pueriel karakter hooit, als eene eigenaardige hijsoort, d La réspiration est très-parfaitezegt Laen\ec, » Ie bcsoin seul de réspirer augmenté." Laennec nam deze soort van asthma vooral waar bij individus, die aan slepende verkoudheid leden, en zoekt de oorzaak daarvan in de door de slijmachtige bekleeding van het luchtbuisslijmvlies verhinderde bloedvcrzuring. Deze verklaring is crliter niet houdbaar, voor zoo ver in de verkoudheid hij voorkeur alleen de grootste luchtbuizen aangetast zijn, en bij eene congestive aandoening der luchtcellen , in welke voornamelijk de bloedvcrzuring' plaats grijpt, eene puerile ademhaling onmogelijk zijn zou. Yoorts is daarmede niet verklaard, waarom men het pueriel ademen ook, gelijk Laennec zelf aanmerkt, bij asthma der ysterischen hoort. Wij zijn geneigd om deze soort van asthma fden waren luchihonger) voor eene overgevoeligheid der gevoelszenuwen van de ademhalingsvlakte (van den N. vagus) te ou en, die men zou kunnen tegenoverstellen aan de ongevoeligheid derzelfde zennwvlakte, zoo

as ie door Ketter en Romrerg beschreven is (verg. Lehrbuch der Nervenkrankheilen Bd. I. b. 2^)0).

m. 2. 30

Sluiten