Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitdrukt, tweeledig: gunstig ten opzigte van eiken afzonderlijken aanval, omdat deze bijna altijd zonder gevolgen voorbijgaat; ongunstig, wat den geheelen duur der ziekte betreft, omdat deze gemeenlijk, tot aan bet graf wordt medegesleept.

§ 1222. Gunstig is de voorspelling, wanneer de aamborstigheid eenvoudig is, wanneer geene organische ziekte als oorzaak daarvan kan gevonden worden, wanneer zij in den zin der schrijvers asthma essentiale is, wanneer de opwekkende oorzaken gemakkelijk kunnen verwijderd gehouden worden, zoo als b. v. zekere reuken, het oponthoud in eenen met uitwasemingen opgevulden dampkring , wanneer verplaatste ziekelijke werkzaamheden , zoo als jicht, onderdrukte aanbeijen , stonden, zweet, enz. zich ligt weder naar den omtrek laten terugleiden, wanneer de zieke onder omstandigheden leeft, die de vereischte vermijding en regelmatigheid in de levenswijze toelaten. Bij bejaarden is de aamborstigheid doorgaans heviger en bedenkelijker dan bij jonge individus, en hangt altijd zamen met organische veranderingen. Men beschouwt het zwellen der voeten somtijds als een gunstig teeken, maar toch zeker wel alleen, wanneer er noch vermoeden van kwaadsappigheid, noch van borstwaterzucht aanwezig is, b. v. bij jichtige voorwerpen. Vertoonen er zich vloeijende aanbeijen, uitslag, jichtige pijnen in de ledematen, afscheiding uit zweren gedurende den aanval van aamborstigheid, dan werken deze gemeenlijk gunstig op de longkramp.

§ 1223. Een erfelijke aanleg laat weinig hoop op volkomene genezing over; deze is ook des te geringer, hoe zwakker en prikkelbaarder de zieke is, hoe langer de ziekte geduurd heeft, hoe veelvuldiger en heviger hare aanvallen terugkeeren, hoe langer deze aanhouden, hoe minder de tusschentijden van de verschijnselen vrij blijven , hoe minder de toegediende geneesmiddelen ter verkorting en verhoeding der aanvallen helpen. Een spoedige doodelijke uitgang der ziekte is te vreezen bij het overhand nemen der verzwakking, bij het ondubbelzinnig uitkomen van kwaadsappige verschijnselen, ontwikkeling van waterzucht in het borstvlies, in het hartezakje, verlamming der bovenste ledematen, bij hectische koorts met eenen onregelmatigen , tusschenpoozenden pols, zwelling der ledematen, opzetting en blaauwe kleur des gelaats ook buiten de aanvallen, aanhoudende hartkloppingen, congestive verschijnselen van de hersenen, ijlen enz.

Behandeling.

§ 1224. De behandeling van de aamborstigheid bestaat in de behandeling der geheele ziekte en die der aanvallen. De aanwijzingen voor de radicale genezing der ziekte moeten in de vrije tusschenpoozen vervuld worden.

§ 1225. Behandeling der ziekte in haar geheel. Het allereerst moet onderzocht worden, of de aamborstigheid eenvoudig of zamengesteld is, of er een symptomatische oorsprong der ziekte te vinden i?. Van de verwijdering van den primairen ziekelijken toestand , die als opwekkende oorzaak der aamborstigheid werkt, hangt de mogelijke genezing derzelve af. De geneesheer zal dus trachten, naar de bekende regelen de onregelmatige jicht naar de gewrichten terug te brengen, onderdrukte hebbelijke afscheidingen, zweel, zweren, aanbeijen-, standenvloed te herstellen, in plaats van onderdrukte uitslagziekten kunstmatige, door braakwijnsteenzalf te weeg gebragte of fon-

Sluiten