Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ken aanraden; moeijelijk verteerbare, winderige spijzen, overlading van de maag, geestrijke dranken moeten streng gemeden worden, de avondmaaltijden dienen spaarzaam te zijn. Ook ten opzigte van den slaap, van ligchaamsbeweging en inspanning van den geest moet een bepaalde maat gehouden worden. Boerhaave raadt aamborstigcn aan, nooit over de 7—8 uren te slapen; vooral ten tijde der aanvallen moeten zij niet eer naar bed gaan, dan wanneer zij door vermoeidheid overmand worden; daar de duisternis somtijds het uitbreken der aanvallen begunstigt, moet in hunne slaapkamer een nachtlicht branden. Voor gemoedsbewegingen moeten aamborstigen zich wachten.

§ 1229. Over de naaste oorzaak der aamborstigheid kunnen wij slechts vermoedens voeden. Het waarschijnlijkste is, dat de aamborstigheid van eenen eigenaardigen, ligt tot krampachtige werkzaamheid opwekbaren aanleg van het bewegend borstzenuwstelsel afhangt. Theorie en ondervinding verwijzen ons naar de zoogenaamde antispasmodica en revellentia, als de geschiktste geneesmiddelen, om dien ziekelijken aanleg tegen te werken. Ongelukkig moet men bekennen, dat alle middelen voor de uitdelging van het geheel der ziekte zeer zelden het verwachte doen, en dat vaak aan hen wordt toegerekend, hetgeen misschien uitsluitend de verdienste van diaetetische zorg is. Een misbruik van geneesmiddelen in de vrije tusschenpoozen moet des te meer vermeden worden, omdat prikkelbare aamborstigen door iedere ongewone poging, dus ook door geneesmiddelen, tot eene ziekelijke terugwerking ligt opgewonden worden, en men zich van den anderen kant voor de aanvallen zelve van de noodige hulp versteekt. Gestel en temperament der lijders geven den geneesheer gewigtige wenken voor de behandeling derzelve, zoowel in als buiten de aanvallen.

§ 1230. Behandeling der aanvallen. De taak des geneesheers is: 1) zoo mogelijk het uitbreken van den krampachtigen aanval te verhoeden; 2) hem, zoodra hij uitgebroken is, te verkorten en te verzachten; 3) de uit de kramp ontstaande belemmering van den bloedsomloop en hare schadelijke gevolgen tegen te gaan.

§ 1231. Daar het geheel van den aanval somtijds uit verscheidene gedeeltelijke aanvallen zamengesteld is, die zich stootsgewijze verscheidene nachten lang herhalen, en daar voorts vele zieken aan zekere voorboden het naderen van eenen aanval herkennen, kan men onder zulke omstandigheden beproeven, om door een tijdig toegediend braakmiddel, door eenige koppen sterke zwarte kollij , door eene sterke gift laudanum (10—15 droppels) of tinctura lobeliae inflatae (20—25 droppels) de hebbelijke opwekbaarheid als het ware uit te putten, hetgeen ook niet zelden gelukt. Met hetzelfde doel raadt men aan, zoodra de voorboden van den aanval voelbaar worden , de ledematen vast te binden. Even als bij vallende ziekte en andere soorten van erethismus der beweegzenuwen , voelt de lijder aan kortademigheid zich dikwijls veel meer door de gewelddadige onderdrukking van de ademhaling benaauwd, dan wanneer men aan de ontlading van de ziekelijke opwekking eene vrije speelruimte,overlaat. Men vermindert den aanval door krampstillende en afleidende middelen, die men zoowel in de tusschentijden der gedeeltelijke aanvallen, alsook gedurende den aanval zeiven aanwendt. Gedurende de kramp, moet men niet te veel doen, omdat

Sluiten