Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

$ 1245. Men ziet uit het voorgaande, dat de waarnemingen, in welke een zamenhang van eene op eene ziekte der zwervende zenuw duidende reeks van verschijnselen met werkelijk na den dood aangetroffene, stoffelijke veranderingen dezer zenuw aangetoond kan worden, uiterst zeldzaam zijn.

derde afdeeling.

Ziekteleer der longen uit het standpunt van den oorsprong van hare ziekten beschouwd.

§ 1246. Door de longen loopt al het bloed; in deze ingewanden grijpt de gewigtigste verandering -van het levensvocht plaats. Het spreekt van' zelf, dat deze edele, het gewigtigste vereischte voor het leven in zich bevattende deelen de meest uitgebreide medegevoeligheden bezitten, dat tegennatuurlijke toestanden der ademhalingswerktuigen op alle deelen der bewerktuiging en op het bloed terugwerken, dat evenzoo weder de afwijkingen van alle deelen van de bewerktuiging, en van het bloed zich in deze levenskrachtigscheikundige werkplaats moeten afspiegelen. Het bloed en het ruggemerg zijn voornamelijk de geleiders dier medegevoeligheid.

§ 1247. Onder alle ingewanden zijn ook de longen met de deelen, waarmede zij het naast verbonden zijn, datgene, hetwelk zoowel primair als secundair het hevigst ziek wordt. De reden daarvan ligt deels in den rijkdom harer medegevoeligheden, deels ook in hare opene gemeenschap met de buitenwereld, waardoor zij meer dan eenig ander ingewand aan den dadeliiken invloed van schadelijke magten blootgesteld zijn.

5 1248. De ziekteverwekkende medegevoeligheid tusschen het ademhalingsstelsel en de hersenen is reeds Deel III, Afd. I, § 317 besproken. Deze ademhalingsverngting is uit willekeurige en onwillekeurige bedrijven zamengesteld: de tot onderhoud des levens noodzakelijke ademhalingsverrigtingen staan onder den invloed van het verlengde merg, naar hetwelk de ontwaring van de behoelte om te ademen door de zwervende zenuw of door de gevoelende huidzenuwen (volgens Volkjiann zou het overal in het haarvatennet aanwezig koolzuur in het bloed het gevoel van de behoefte om te ademen opwekken) geleid en van waar de aanstoot tot beweging op de ademhalingszenuwen (n. phrenicus, n. accessonus Willisn, n. respiratorius externus, n. spinales) teruggekaatst wordt. De van de hersenen uitgaande wil kan de ademhalingsbewegingen bespoedigen en versterken. De onwillekeurige automatische ademng gaat ook in den slaap voort, zij duurt bij eene ziekte der hersenen nog eemgen tijd onveranderd voort. Echter schijnt de ademhalingsverrigting zoo zij regelmatig en volledig zal plaats grijpen, den invloed der hersenen niet geheel te kunnen ontberen, hetgeen ook wel daarvan kan afhangen dat het verlengde merg zelf in zijne zenuwbeheerschende kracht verliest' zoodra de ongereptheid der hersenen gestoord wordt. Reeds in den slaap ge® „®dtademen langzamer en onvollediger, dan in den wakenden toestand. Bij drukking op de hersenen (door bloedovervulling , uitzweeting enz.) nemen de ademhalingen in menigvuldigheid af, iedere afzonderlijke ademhalings beweging wordt langer uitgehaald, diep; de lijdelijkheid van dit bedryf

Ml

Sluiten