Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veelzijdigste medegevoeligheid met alle en inzonderheid met de bloedbereidende en bloedzuiverende werktuigen des ligchaams. Door gebreken der chym- en chjlbereiding, door gebrekkige of ontbrekende afscheidingswerkzaamheid der lever, der nieren, der huid en der slijmvliezen, der vrouwelijke teeldeelen, ontstaan slechte mengingen des bloeds, die, zoo zij door het verzurings- en uitwerpingsbedrijf in de longen niet in het gelijk gebragt kunnen worden, als tegennatuurlijke prikkels op deze deelen werken, dezelve óf tot ongewone terugwerking noodzaken, óf werktuigelijke opstop, pingen in de fijne haarvaten des longweefsels, óf vreemdsoortige stofverzamelingen buiten de vaten te weeg brengen en daardoor velerlei ontaardingen voorbereiden. Wij zien dus bijna alle werktuigen uit de sfeer van de herstellingskracht hier en daar hun aandeel nemen aan het ontstaan van ziekten des ademhalingsstelsels. De lever heeft tot de long omstreeks de betrekking van een hulpwerktuig: leverziekten verbreiden zich ook door nabuurschap, vooral de ontsteking op het borstvlies en de longen.

§ 1256. Opmerkenswaardig is het antagonismus tusschen de longen en de uitwendige huid; deze beide deelen zijn elkander behulpzaam tot de ontkoling der bloedmassa. Wordt de uitwaseming der uitwendige huid gestoord , dan moet de uitwerping door de long des te werkzamer worden, misschien is het colliquatief zweet in verwoestende ziekten der longen, de uit het antagonismus van beide deelen ontstaande vergoeding der onvolledige uitscheiding op de ademende vlakte. Opheffing van de verrigting der uitwendige huid (door verkouding, verbranding, door overlading met uitslag) kan aanleiding geven tot luchtbuis- en longziekten. De wetten der polariteit tusschen de huid en de longen zijn nog niet voldoende bekend. Opmerkelijk is b. v. dat bij beginnende tuberkelzucht het colliquatief zweet aanvankelijk alleen op de borst uitbreekt. Dit antagonismus tracht men dikwijls voor geneeskundige doeleinden te bezigen.

$ 1257. De leeftijd brengt eene groote verscheidenheid ten opzigte van den aanleg der longen om ziek te worden te weeg; dit duiden reeds de verhoudingen van den omvang dezer deelen tot de overige bewerktuiging aan. (Het onderzoek van het gewigt der van bloed bevrijde longen in vergelijking met het gewigt des ligchaams en dat van andere deelen in de verschillende levenstijdperken zou wel wenschelijk zijn). De long is klein bij het kind en verkrijgt eerst ten tijde der huwbaarheid hare natuurlijke grootte; bij het klimmen der jaren neemt zij in omvang en massa af. Maar nog meer in het oog loopend zijn de verscheidenheden des weefsels; de in den kinderlijken en middelbaren leeftijd door de veelvuldigheid der longcellen zeer uitgebreide vlakte van het slijmvlies, op welke de aanraking der damp. kringslucht met het bloed geschiedt, neemt in den hoogen ouderdom af door verscheuring der tusschenwanden , door het ineenvloeijen der longcellen ; de fijnste vertakkingen der luchtvaten worden gesloten. Aandoeningen der longen zijn in alle leeftijden veelvuldig, maar het veelvuldigst in den bloeitijd en de middelbare jaren des levens, volgens de algemeene wet, dat de deelen ten tijde van hunne hoogste verrigtings-ontwikkeling en werkzaamheid ook de hoogste vatbaarheid voor ziekten bezitten. Dit is de tijd, waarin bloedingen, ontsteking der luchtwegen en tering hare hoogste menigvuldigheid bereiken. In de hoogere jaren is liet luchtbuisslijmvlies meer geneigd

Sluiten