Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ongemeen lang of zijn geheel slapeloos, en liggen bijna onbewegelijk. Hunne huid is meest koud, met koud zweet bedekt, de kleur bleek , somtijds blaauwe kleur om den neus en de lippen. Mond en oogen meest open, de oogappels strak verwijd; somtijds rogchelen of hoesten; zij geven slechts klagende, piepende geluiden van zich; de pols is zwak en langzaam. De percussie van de borstkas geeft eenen doffen klank even als de percussie der leverstreek; op de streek van de borst, die het naast bij de ondoordringbare gedeelten der long liggen, hoort men slechts zwak ademhahngsgeruisch, of dit ontbreekt geheel; dikwijls fluiten, rogchelen, kraken. Op den 2den of 3den dag, zelden later, krampen, somtijds alleen in het gelaat, somtijds ook in andere spieren.

Oorzaken.

§ 1261. De atelectasis pulmonum komt voornamelijk voor: 1) bij schijndood geboren kinderen, ten gevolge van moeijelijke verlossingen, door drukking op de hersenen, op het ruggemerg, ten gevolge van bloeding uit de navelstreng of uit den moederkoek, of door verstopping der luchtpijp met slijm; 2) bij onvoldragene of zwakke kinderen; 3) bij eenen hoogen graad van koude der lucht, die zij moeten inademen; 4) volgens Jörg inzonderheid na te snelle en gemakkelijke baringen, waar uit hoofde van de niet volledig opgehevene moederkoeksademhaling ook de behoefte naar lucht nog niet dringend is.

Uitgangen.

§ 1262. De atelectasis is alleen geneeslijk, wanneer zij nog niet lang geduurd heeit, zich niet over een groot gedeelte der long uitbreidt, en wanneer er nog geene weefselontaarding ontstaan is; de voortgan» tot'genezing openbaart zich daardoor, dat de ademhaling dieper en vollediger het zuigen krachtiger wordt. '

§ 1263. De doodelijke afloop heeft plaats óf door zwakte, hartverlam ming, óf door verstikking. Dikwijls wisselen nalatingen en verergeringen elkander af. Nadert de dood, dan hoopt zich slijm in de luchtbuizen op de ledematen blijven in eene bestendige buiging; de stoelgang is traag of onderdrukt, dikwijls blijven de ademhalingen 1—5 minuten lang uit en de huid wordt geheel blaauw , de kinderen nemen een uitzien als'van grijsaards aan; eindelijk verdraaijen der oogen, stuipen, de dood.

§ 1264. Duurt de atelectasis langer, dan vergroeijen de onontplooide der lo"g spoedig onderling. Het voorkomen van longontsteking in de kwabjes, die nog in den foetalen toestand blijven, wordt door Hasse ontkend.

Behandeling.

§ 1265 De behandeling der atelectasis pulmonum stemt volkomen met die van den schijndood der pasgeborenen overeen. Sterk luchtinblazen en overmatige prikkeling worden afgeraden. Wanneer de proeven om het leven op te wekken vruchteloos zijn, raadt JöaG het gebruik van het braakmiddel, van calomel, van het warm bad, van zuurdeegpappen aan. Wii eelooven niet, dat men door gewelddadige behandeling iets zal winnen • daar het inzonderheid zaak is, de regelmatige uitzetting der borstkas aan den

Sluiten