Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pertrophie der hartzelfstandigheid, door verwijding van het hart en door verzameling van vloeistoffen in het hartezakje; door deze ziekelijke toestanden kan de doffe weergalm zich tot 9 duim in de breedte, en in de hoogte tot aan het handvatsel des borstbeens uitstrekken, üit het voorkomen van den doffen harttoon op eene andere dan de natuurlijke plaats, herkent men de plaatsverandering van dit deel, b. v. door borstwaterzucht, etterborst.

§ 5. Bij de hypertrophie van het hart is niet enkel de doffe toon bijzonder in de breedte zeer uitgebreid, maar de percussie laat ook duidelijk eenen aanzienlijken tegenstand herkennen. Een hypertrophisch hart kan zoodanig door de longen bedekt zijn, dat daardoor de uitgebreide doffe toon bedekt wordt en slechts door sterker percuteren de ware omvang van het deel

bepaald kan worden.

§ 6. Bij verwijding van het hart is de tegennatuurlijke uitbreiding van den doffen toon met geringeren tegenstand gepaard. Bestaat met de verwijding te gelijker tijd verdikking, dan verraadt zich dit door groote uitbreiding van den doffen toon en duidelijken weerstand.

$ 7. Verzamelt er zich eene groote hoeveelheid vocht in het hartezakje, dan klimt dit even zoowel bovenwaarts naar het borstbeenshandvatsel toe, als het zich naar beide zijden uitbreidt; daardoor wordt de ruimte, waarin de doffe toon gehoord wordt, pyramidaal. Zoolang de vochtverzameling nog gering is, kan haar waterpas door het liggen des lijders op de regter of ïnker zijde veranderd en hierdoor de dofheid van den toon zelfs naar de regter of linker zijde verplaatst worden.

§ 8. Is het gezonde hart door een naast aanliggend, tuberculeus, genepatiseerd deel der long, door eene uitzweeting in het borstvlies, door een borstvliesgezwel, door eene hypertrophische thymusklier begrensd, dan kan de uitgebreide doffe toon het vermoeden van een groot hart opwekken, echter bewaren de gelijktijdige overige verschijnselen ons meestal voor deze dwaling.

§ 9. Piorry heeft door zeer belangwekkende proeven bewezen, dat na aderlatingen de omvang van het hart af- en spoedig daarop weder toeneemt, wanneer er eene oorzaak aanwezig is, welke den bloedsomloop in de longen bij voortduring stoort, dat het hart zich evenzoo in den doodstrijd verkleint en dat zelfs deze onbestendige veranderingen door de percussie te ontdekken

\ 10. Beschouwing van de hartstreek met hel oog. In den natuurlijken toestand onderscheidt de hartstreek zich niet door een ongelijkmatig uitpuilen boven de gelijkmatige welving der borstkas; men ziet het kloppen van het hart (inzonderheid bij breed gebouwde voorwerpen en bij het liggen op den rug) óf volstrekt niet óf zeer weinig in de streek van het 4de tot het 5de ribbekraakbeen.

« 11. In den zieken toestand wordt de hartslag soms veel sterker zigtbaar, bij eiken hartklop wordt de hartstreek in eenen geringeren of wijderen om-

(1) Zie hierover en over de door percussie ontdekbare breedte van het hart in miltziekten, gewrichtsrheumatismus, volbloedigheid, bloedgebrek Piorrt's opgaven in zijne Diagnostik etc. Bd. I. S. 81 volgg.

Sluiten