Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bichat \ men dringt met de op den bovenbuik gelegde vingers het middelrif naar boven naar het hart toe; ontstaat daardoor benaauwing en angst, dan zou dit een teeken van hartverwijding zijn. Veel waarde heeft dit teeken niet, daar deze handgreep ook dikwijls benaauwdheid verwekt bij personen, die vrij zijn van alle hartziekte.

5 18. De aanstoot, de stoot, choc, van het hart is meer een verschijnsel voor het gevoel, dan voor het gehoor en wordt meer door betasting, dan door auscultatie waargenomen. Men voelt bij het opleggen van de hand op de borst het hart tusschen de kraakbeenderen der 5de en 6de ware rib aan de linker zijde aanslaan ; men voelt den stoot evenzoo , wanneer men het ooi middellijk of onmiddellijk aanlegt; de hartstoot heft zelfs somwijlen de borst óf enkel op de plaats, waar het aanslaat, óf in eene verdere uitgebreidheid zigtbaar in de hoogte.

19. Dit verschijnsel is reeds in den natuurlijken toestand aan vrij groote afwijkingen onderhevig, waarmede men zich moet vertrouwd maken , om deszélfs ziekelijke veranderingen juist te beoordeelen. Bij magere individus met eene naauwe borst, bij vrouwen, kinderen, voelt men den aanstoot duidelijker, dan bij stevige mannen met eene breedgebouwde borst en dikke spierof vetbekleeding. Het, als het ware, aan de vaatstammen hangend hart verandert zijne ligging ten opzigte van den borstwand en van de wervelkolom naar de verschillende plaatsing des ligchaams; bij het liggen op den rug zakt het een weinig achterwaarts en zijn aanslaan is zwakker, dan bij eene eenigzins voorovergebogene houding van het bovenlijf. Legt zich gedurende eene volle inademing de uitgezette long vóór het hart, dan zal in dit oogenblik de aanstoot minder duidelijk zijn, dan gedurende de uitademing. Hevige ligchaamsbewegingen, loopen , klimmen op bergen vermeerderen den aanstoot van het hart voorbijgaande ook bij gezonde voorwerpen; wil men dus omtrent de hoedanigheid van dit teeken in ziekten oordeelen, dan moet eene volkomene rust het onderzoek des lijders zijn voorafgegaan.

§ 20. De hartstoot komt te gelijk met de zamentrekking der kamers, met den eersten harttoon en met de slagaderklopping (1). De pols in meer verwijderde slagaderen, b. v. aan de ledematen, is eenige tertsen later waar-

(1) Het gevoelen van Corricas , Stok.es, Pioeaui en Bdbdacii , dat de h»rtstoot van de uitzetting der kamers afhangt, vindt zijne wederlegging in hetgeen men bij het openen van levende dieren ziet: »Men moet zich het hart gedurende dc uitzetting van de borstwanden verwijderd voorstellen. Gedurende het leven ligt het hart met zijn spits uiteinde tegen den borstwand aan , en de schudding der borslkas door de zamentrekking der kamers wordt als hartslag gevoeld, waarbij het hart zijné ligging niet zoo veel behoeft te veranderen." (J. Muller, Physiologie lid. 1. S. 16G). Hiermede stemmen ook Kürsciimer's naauwkeurige onderzoekingen overeen. Gedurende dé zamentrekking wordt het hart in alle afmetin-en naauwer en de spits van het hart wordt van de wervelkolom naar de borstwanden toe verheven; bij dc uitzetting zwelt het hart op, en helt van den borstwand af naar de wervelkolom toe ; Kürscuner noemt dit dc hefboomsbewegingen van het hart; tevens draait bij de zamentrekking het hart zich een weinig van de linker naar de regter zijde, en bij de uitzetting in de omgekeerde rigling om zijne as. Cruveilhier zag in een geval van ectopie van het hart bij een levend pasgeboren kind, gedurende de zamentrekking de spits van het hart in eene spiraallijn van voren naar achteren en van de regter naar dc linker zijde (?) zich bewegen. «Aan deze spiraallijnbeweging, die langzaam en van lieverlede plaat»

Sluiten