Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van eenen dubbelden, drievoudigen hartstoot gedurende eene enkelvoudige pols-tusschenruimte. KÜRscnnER nam dit verschijnsel waar bij menschen, die anders geen spoor van hartziekte vertoonden, evenzeer als bij gebreken der klapvliezen.

§ 27. Auscultatie- van het hart. Ilarttoonen. Men hoort in den natuurlijken toestand in de ruimte der kraakbeenderen van de 4de tot de 7de rib en aan de benedenhelft des borstbeens, in de tijdruimte van eenen slagader-polsslag, twee op het tikken van een uurwerk gelijkende opeenvolgende geluiden, die men harttoonen noemt (ter onderscheiding van de altijd eenen tegennatuurlijken toestand aantoonende hartgeruischen).

§ 28. Daar men deze harttoonen ook nog bij levende dieren met een blootgelegd hart hoort, kan men met eenige zekerheid opgeven, welke verandering in de zamentrekking en uitzetting der hartholten met den eersten en met den tweeden harttoon zamenkomt. Aan Laennec's dwaling, die de zamentrekking der boezems op die der kamers liet volgen, gelooft tegenwoordig niemand (1). Gewoonlijk neemt men aan, dat de eerste harttoon te gelijk met de zamentrekking der kamers, en dus ook met den hartstoot en den slagaderpols is, dat de tweede harttoon met de uitzetting der kamers zamenvalt, en dat in de hierop volgende korte tusschenpoos weder de zamentrekking der boezems plaats grijpt, die eene nieuwe » omwenteling van het hart" veroorzaakt. Kürscuner laat den eersten toon met de zamentrekking der kamers, den tweeden met het begin van de uitzetting der kamers, de tusschenpoos met de laatste helft der uitzetting en der zamentrekking der boezems zamentrefïen (2). Men rekent voor den eersten harttoon den hal ven tijd, voor den tweeden een vierde en voor de tusschenpoos het andere vierde eener hartomwenteling (3).

§ 29. De beide harttoonen onderscheiden zich door hun timbre, de eerste is doffer, langzamer, gerekter, de tweede sneller, helderder, op het klappen van eene luchtklep gelijkend. Den eersten hoort men het duidelijkst aan de linker zijde op de hoogte des kraakbeens der 5de en 6de rib; den tweeden meer naar de regter zijde bij het borstbeen, in de streek van den oorsprong der longslagader en der aorta.

§ 30. Omtrent de voorwaarden, waardoor de beide hartoonen verwekt worden, heeft men verschillende gevoelens geopperd; eene uitvoerige opgave en wederlegging derzelve in het bijzonder is de taak van de natuurkunde.

(1) Reeds IIarvey en HALLEa lieten de zamentrekking der boezems de zamentrekking der kamers voorafgaan.

(1) In zoover is ook de meening van Cruveiliiikh juist, dat er eigenlijk volstrekt geen oogenblik van rust is, maar dat beide werkingen, zamentrekking en uitzetting onmiddellijk op elkander volgen.

(3) Vele waarnemers , zoo als Marc d'Espine , Bocillaud , Bead willen zeer naauwkeurig zijn en nemen óf tusschen éénen harttoon en den anderen nog eene tusschenpoos aan, of bepalen den duur van den tijd anders dan Laennec het deed. Practiscli nut bezitten zulke fijnigheden tot dusver nog niet. Yertraagt zich de rhythmus der hartslagen, zoo als dit soms in ziekten, na het gebruik van digitalis enz. geschiedt, dan kunnen ook in den betrekkei ij ken duur der genoemde drie punten veranderingen plaats grijpen ] bij versnelling van de werking van hel hart gaat meestal' dc tusschenpoos geheel te niet.

Sluiten