Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewelddadige losmaking der weideelen in de overvulde aderen, — al deze omstandigheden moeten eindelijk veranderend op de hoedanigheid en zamenstelling der bloedmassa werken; door het verkeerd gemengd bloed wordt wederom de natuurlijke verlevendiging des zenuwstelsels gestoord en hierdoor ontstaan óf reeds vroegtijdig ontstemmingen van deze sfeer (de bij hartziekten zoo menigvuldige tot melancholie neigende gedruktheid des geraoeds) of eindelijk een waarlijk adjnamische toestand, die onder de verschijnselen van torpide koorts aan hun lijden een einde maakt. Volgens Lecane is in het bloed van hartzieken de evenredigheid der bloedbolletjes verminderd, het waterig aandeel vermeerderd, het bloed nadert tot dat van bleekzuchtigen. Natuurlijk kan hier slechts het bloed na eenen langen duur van slepende hartziekten gemeend zijn; in acute hartontsteking heeft het bloed ook de bekende ontstekingachtige eigenschappen.

63. k) Tot de niet ongewone verschijnselen van hartziekten behooren ook aanvallen van flaauicte of ten minsten van op flaauwten gelijkende toevallen. Deze behoorlijk te verklaren is moeijelijk. Dit verschijnsel schijnt niet uitsluitend aan bepaalde vormen van hartziekten te mogen toegekend worden. In de ontsteking van het hart herhalen die toevallen zich dikwijls; in slepende hartziekten komen zij vaak onverwacht op bij onbeduidende aanleidingen, of na voorafgegane duizelingen, hartkloppingen, en gaan ook even snel voorbij. Dikwijls schijnen zij het gevolg eener plotselinge afbreking van de werkzaamheid van het hart, van overvulling van het hart te zijn; maar soms ook gaan zij vast wel meer van de hersenen of het zenuwstelsel uit, bijzonder wanneer duizelingen hen voorafgaan.

§ 64. I) Zelfs wanneer de beschrevene verschijnselen het gevolg van orgamsche veranderingen van het hart zijn, onderscheiden zij zich vaak door groote verborgenheid en door aanvalsgewijze verheffingen, waardoor men in verzoeking komt, om ze voor zenuwachtige toevallen te houden. De aanvallen worden nu eens door veranderingen in den dampkring, dan weder door fouten in den leefregel of uitspattingen van eenen anderen aard, door gemoedsbewegingen te weeg gebragt, of ontstaan zonder merkbare aanleiding, misschien door de opzameling van eenen zekeren graad van zenuwopwekbaarheid. De tusschenpoozing is echter geenszins altijd volledig en het aanhouden van enkele verschijnselen, bijzonder van de natuurkundige, zal ook m deze gevallen den opmerkzamen waarnemer niet ontgaan.

ECTOPIE, VERDRINGING, LIGGINGSVERANDERING VAN HET HART.

Zie de Litteratuur bij Copland t. a. p. Bd. IV. S. 756.

§ 65. Naar ons gevoelen behoort de liggingsverandering van het hart meer in de teekenleer, dan in de bijzondere ziekteleer van dit deel te huis, weshalve wij hier aanleiding nemen, om daarover te spreken. De ligging van het hart is natuurlijk, wanneer de afstand tusschen de bovenste grens van dit deel en het sleutelbeen ongeveer 3—4 duim bedraagt, wanneer de regter rand van het hart met de middellijn onder het borstbeen overeenkomt en de SP' s ' "* Ulni naar de linker zijde van de middellijn verwijderd is; ge-

Sluiten