Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ALGEMEENE GENEZINGSLEER DER ZIEKTEN VAN HET HART.

$ 71. De geneeswijzen, die hier te pas komen, zijn vooral dq ontstekingwerende, revulsive, bedarende, prikkelende, zeldzamer de altererende. Zij ondergaan geene belangrijke wijzigingen , zoodat hetgeen wij er over te zeggen hebben kort kan zamengevat worden, en de verdere bijzonderheden aan de bijzondere genezingsleer, die bij de afzonderlijke ziektevormen past,^voorbehouden blijft.

1) De ontstekingwerende geneeswijze.

§ 72. De algemeene bloedontlastingen, en inzonderheid de lating uit eene ader, is het krachtigst ontstekingwerend middel, en komt even als in ontstekingachtige longziekten , zoo ook bij ontsteking van het hart of van het hartezakje onder alle omstandigheden met nadruk te pas. Het verzuim of het vreesachtig gebruik van dit middel sleept onherstelbare gevolgen na zich, aangezien de door onvolledig bestrcdene ontstekingachtige ziekten van dit deel gevormde voortbrengselen, verdikking van het binnenst vlies van het hart, uitzweetingen enz., de oplossing en opslorping hardnekkig wederstaan of zelfs daarvoor ongeschikt zijn. Ofschoon er in de BoüiLi.ACn'sche behandeling, om de saignées coup sur coup op de behandeling van een groot aantal van ziekten , die dezelve niet behoeven , toe te passen, eene dikwijls schade aanrigtende overdrijving ligt, is zij toch juist voor hevige ontstekingachtige ziekten van het hart en van de longen , wanneer er geene bijzonder tegenaanwijzende omstandigheden bestaan, geenszins verwerpelijk, en verstikt het veelvuldigst de ontsteking in haren kiem. Door plaatselijke bloedontlastingen kan hier de aderlating niet vervangen worden, zelfs als adjuvans wendt men ze bij hartziekten zeldzamer aan. Alleen in den teederen kinderlijken leeftijd, wanneer ontsteking van het hart en van het hartezakje niet zoo geheel zeldzaam voorkomt, moeten bloedzuigers, op de hartstreek gezet, in de plaats van de aderlating komen.

^ 73. Maar ook in andere, dan ontstekingachtige ziekten van het hart, vindt men zich dikwijls genoodzaakt, het lancet te gebruiken. In de aanvalsgewijs opkomende beklemmings- en verstikkingstoevallen van organische hartziekten, schenkt dikwijls het openen eener ader onmiddellijke verligting, en zelfs oogenblikkelijke uitdooving van het gevoel van doodsangst, en de zieke, dit schijnbaar gelukkig resultaat niet ligt vergetend, begeert in den volgenden aanval met ongeduld naar dit noodanker. Deze voorbijgaande verligting wordt echter, helaas! duur gekocht. Door de bloedontlasting maken wij lucht en de gang van den bloedsomloop kan vrijer plaats grijpen. Maar wordt het ontlast bloed ook genoegzaam \yeder vergoed? De in het celweefsel uitgestorte wei wordt opgeslorpt, hierdoor wordt de waterige hoedanigheid des bloeds nog meer vermeerderd ; hoe vaker men tot dit palliatief middel zijne toevlugt neemt, des te sneller nemen de voortgangen der algemeene krachteloosheid toe. Mag men dus in het begin , bij een acuut beloop en ontstekingachtig karakter der hartziekten, waar de bloedontlastingen een radicaal middel zijn, dezelve niet sparen , zoo moeten zij daarentegen in sle-

Sluiten