Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bd. II. p. 211. — Berti* , in GrSfe und Wai.ther's Journ. Bd. VII. H. III. — Ciimrs. in Hcidelb. klin. Ann. Bd. III. S. 412. — Scuös, in Hecker's liter. Annal. 1828. H7. 8. 9. — WaNKER, in de Baden'sche Annalen Bd. II. H. 5. — ViGER be \arennes, in Arch. gén. 1834; Jan. Sghmidt's Jahrb. Bd. 11. S. 297. — Ebers, Hofel. Jonm. 1837. St. 6. Sghbibt's Jahrb. Bd. XX. S. 168. — Leghok , in L'Expérience. 1837. Nov. — Klze , in Summarium. N.-F. Bd. XI. II. 5. Schmidt's Jahrb. Bd. XXV. S. o". Montirit, in L'Expérience, 1838. N. 14. Sghmidt's Jahrb. Bd. XXII. S. 294. — i.an 1)017.y , in Arch. gén. 1838. Dec. Schmidt's Jahrb. Bd. XXII. S. 295. — Tiiomson, in Lancct, 1838. Nov. Schmidt's Jahrb. Bd. XXII. S. 297. — Fillion , These 1838. Paris Nr. 300.

— Budd, Medico-chir. Transact. Vol. XXI. — Nabmani» , Handb. der med. Klin. Bd. II. S. 263. — Brrtin , 1. c. Obs. 87 — Bocillaïd, 1. c. Abth. 1. — Philipp, 1. c. S. 432.

— Elliotson, Vorlesungen etc. S. 610. — Piorry, Diagnostik und Semiotik, Bd. 1. ^. 148. — Williams, 1. c. S. 417. — Lobsteiu , 1. c. p. 345. — Copland , Encvclop. Wbrt. Bd. IV. S. 677. — Cruviilhier , in Universallex. etc. Bd. VII. S. 607. — Hope, 1. c. Thl. II. Abschn. V. — Andral, Spec. Pathol. Bd. I. S. 173. — Hassi , Fathol. Anat. Bd. I. S. 196. — Chomel, in Dict. de Méd. 2e edit. Art. Coear. Analecten üb. chron. Krankheiten Bd. II. S. 383. - Skoda, 1. c. S. 257. — Monnïrkt, Compendium etc. T. II S. 339. — Piorry, Traité de Méd. prat. T. I. p. 106.

§ 81. Hypertrophie , verwijding van het hart, atrophie zijner zelfstandigheid , gebreken der klapvliezen komen in zoo velerlei zamenstellingen voor, dat het hoogst moeijelijk is , deze veranderingen van elkander afgescheiden te beschouwen , zonder aan de wezenlijkheid te kort te doen. Wij houden het dus voor gepast, deze vormingsgebreken van het hart achtereenvolgend te behandelen om hunnen inwendigen zamenhang zoo naauwkeurig mogelijk voor te stellen.

Ontleedkundige kenmerken.

§ 82. Alleen door de vergelijking met de aan het hart in den gezonden toestand eigenen omvang, gewigt en de natuurlijke inhoud van zijne holten, kan men bepalen, of er hypertrophie, verwijding, atrophie aanwezig is. Laenkec nam de vuist van hét individu tot maatstaf, wier omvang ongeveer met die van het hart in den natuurlijken toestand zou overeenkomen. Deze eenigzins ruwe en onzekere manier, om den natuurlijken omvang van het hart te bepalen, heeft voor de naauwkeurige metingen en wegingen , welke sinds dien tijd door Boeillaed , Clendinmng , Sanson, en voornamelijk door Bizot verrigt zijn, moeten wijken. Deze belangrijke onderzoekingen drukken de veelsoortige, door leeftijd, geslacht, gestel, levenswijze te weeg gebragte verscheidenheden in den omvang van dit deel in getallen uit en hebben vele dwalingen, die tot dus ver bestaan hadden, teregt gewezen. De ruimte verbiedt ons hier, meer dan de meest algemeene uitkomsten van die metingen aan te halen, wier uiteenzetting in het oorspronkelijke kan nagelezen worden (1).

§ 83. De omvang van het hart verschilt naar den leeftijd; zijn wasdom bepaalt zich niet enkel tot de jeugd, maar duurt ook nog in den hoogen ouderdom voort, zoodat in gevorderde jaren het hart in evenredigheid tot de vroegere levenstijdperken het grootst is; alleen is de groei tot aan den leeftijd

(1) Verg. Bizot, Récherches sur le coeur et le syst. artér. chez 1'homme in Mém. de la soc. médic. d'observ. T. I. p. 226. Paris, 1837. Hoogd. vert. in Jacobsom's u. Bressler's Analekten. 1. 633.

Sluiten