Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

\ermoeden , waar deze verschijnselen met de overige teekenen van organische hartziekte vereenigd voorkomen, is het aannemen van het bestaan eener verwijding met verdunning der wanden gegrond. Jammer maar, dat men zulk eene volledige uitdrukking der gezamenlijke verschijnselen zoo dikwijls mist en ae alzondeilijke teekenen aan verscheidenheden onderhevig zijn , die de zuiverheid van het beeld storen.

§ 140. Hartkloppingen en aanstoot. De hartkloppingen bestaan in geval van verwijding der hartholten met verdunning der wanden , gelijk Laewhec aanmerkt, voornamelijk in vermeerdering der harttoonen en der menigvuldigheid van de zamentrekkingen van dit deel j zij hebben iets weeks, verstókts, golvends, zijn vaak slechts een sidderen of snorren, en zelfs in den opgewekten toestand van de werkzaamheid van het hart blijft de aanstoot mat. In oogenblikken van rust zijn dikwijls de hartslagen voor de opgelegde hand volstrekt niet voelbaar; de aanstoot ontbreekt dikwijls geheel , zelfs gedurende de hartkloppingen. Het hart slaat bij eene aanzienlijke uitzetting lager naar den bovenbuik toe dan gewoonlijk, inzonderheid wanneer het hart zich meer naar de regter zijde heeft uitgezet; het kloppen wordt in den bovenbuik zigtbaar en dat wel duidelijker bij eenen opgerigten stand des lijders en eenen verslapten toestand der buikbekleedselen 'dan in'de °P den rug- Somwijlen hoort men verscheidene hartslagen, maar kan slechts den eenen of anderen voelen; is deze eene krachtig, dan kan men gerüst aannemen , dat de wanden slechts weinig verdund zijn.

§ 141- Percussietoon. Ook bij de cardiectasie kan de hartstreek tegennatuurlijk gewelfd en uitgezet worden; echter heeft dit zeldzamer plaats dan in de hypertrophie van het hart en de waterzucht van het hartezakje. De matte percussietoon van het verwijd hart kan 9—10 duimen in de breedte innemen en zich tot kort onder het sleutelbeen uitstrekken ; hij is niet volkomen zoo dof als bij verwijding met hypertrophie en de vinger vindt minder weerstand. Piorrï's waarneming, dat bij cardiectasie, bijzonder van het regter hart, eene aderlating spoedig de uitbreiding van den matten percussietoon, en dat wel vaak tot 2—3 duim verminderen zou, verdient een naauwkeurig onderzoek (1). De uit de percussie verkregene teekenen zijn voor de herkenning dezer hartziekte van veel gewigt en door Laemec ten onregte gering geacht.

§ 142. Auscultatie. Minder kan men op de uit den klank en de uitbreiding der harttoonen ontleende aanduidingen rekenen. Het zou regel zijn, dat de eerste toon van het verwijd en verdund hart, kort, helder, (volgens Laennec ook luid) is en op den tweeden toon zoo zeer in helderheid van klank gelijkt, dat men den eersten van den tweeden dikwijls alleen door zijne gelijktijdigheid met den pols der kropslagaderen zou kunnen onderscheiden. Hope en Bouillabd hechten meer waarde aan het afgebrokene en

(1) »Wanneer het deel zeer uitgezet is, wordt de zamentrekking zeer moeijelijk en de toevallen in de ademhaling en den bloedsomloop bereiken dan den hoogsten graad. Neemt de uitzetting af, b. v. ten gevolge eener aderlating , dan verdwijnen deze verschijnselen ook spoediweder. Terwijl in het begin der aderlating het bloed droppelsgewijs en langzaam vloeit, wordt het, zoodra het hart zich meer zamcntrekt, langzamerhand met eenen boog uitgedreven en uit dien hoofde schijnt het soms te geschieden, dat gedurende eene bij cardiectasie verrigte aderlating plotseling hersenbloeding verschijnt" (Piorrï),

Sluiten