Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hart (veelal aan de spits (1)) eene door eene meer of minder diepe groeve, door eene als een hals begrensde insnoering boven de vlakte van het hart uitpuilende kogel- of eivormige zwelling van de grootte eener kersenpit tot die van een hoenderei, van een ehinaasappel; men heeft zelfs gezien, dat het gezwel het hart in grootte overtrof. Gewoonlijk is het gezwel van den hals at m zijne geheele uitgebreidheid met het hartezakje, in zeldzame gevallen met de longen en tusschenribsruimten vergroeid; het is zelfs voorgekomen, dat de borstwanden daardoor naar voren gedrongen en naar boven geheven worden. Zelden is het gezwel vrij en zonder aanhechting (2). Het hartezakje bevat soms meer vocht, dan in den natuurlijken toestand.

§ lo6. Onderzoekt men nu het gezwel nader, dan vindt men, dat het er meestal geheel als een slagaderbreukzak uitziet, en gewoonlijk door veree ing> verscheuring, verzwering van het inwendig vlies van het hart ontstaan is. Het binnenst vlies van het hart is altijd meer of minder ziekelijk veranderd, in geringere of grootere uitgebreidheid, pleksgewijs in de nabijheid van den zak of in zijne geheele uitgebreidheid verdikt, peesachtig, atheromateus ontaard, met kraakbeenige, kalkachtige strepen. Uit de hartholte leidt een nu-eens wijdere, dan weder naauwere mond, naarmate de omvanff van den zak geringer of grooter is, (maar meest naauwer dan de zak zelf), met soms gladde, soms oneffene, geplooide en zelfs verbeende randen in het meestal met eenmiddelpuntige vezelstoflagen gevulde binnenste van den

zÏ^i Tr, ,6™6' Uein' de ,DOnd wiJd is> men den

zak dikwijls ledig. De diepste vezelstoflagen van het stremsel hangen vast

aan den wand van den zak, zijn wanneer zij oud zijn, bleek, grijsachtig,

digi, de meer oppervlakkige zijn week, zwartachtig, murw en ligt los te ma'

Z;JC hoedanigheid der wanden van den zak zijn evenzeer verschillend,

hetgeen van den duur der verandering schijnt af te hangen. Meestal vindt

- de lüwendig0 vlakte na het lospellen des stremsels even als de inwendige

vlakte der slagaderbreuken met een glad, dun, soms met een verdikt vlies

overtrokken. Gewoonlijk zijn de spiervezelen van het hart door het gezwel

op zijde geschoven of tot witachtige dunne bundeltjes opgekrompen of in de

algemeene ontaarding weggeteerd. De zak bestaat dikwijls slechts uit een

door de ineensmelting van het binnenste vlies van het hart, van het lus-

handigheid der kamer gepaard. Gelijke verwijdingen merkt n^p soms ook op geheel in de na-

al r , aT' Z°nder dat ^ °01t met Zek"h"J ^ aanloonen, of'zij het eerst in de aorta of m het hart zijn ontstaan. De drie waarnemingen, die den regter boezem aanban

aten volgens Hasse billijke twijfelingen over, of tij niet veeleer algemeene verwijdingen daarvan

tXeeflijkheid Tn\ ri' b'Jna altu T ^ reraD<lerin° Tr« v"ldt Thomha. door de

toegeellijkheid van het dnepuntig klapvlies (m vergelijking met het mijterklapvlies, verklaard

" '• -■..™": reling des bloeds in den boezem hgter mogelijk wordt.

(1) In 16 gevallen nam het gezwel 8 malen de spits van het hart en 8 malen andere punten d hartwanden in (OiLivrm); eehter mag men hieruit niet beslniten , dat de veelvuldigheid van et «neuijsma aau de hartspits ook in een grooter aantal van gevallen even aanzienlijk »! blijven.

xi rtrtrrs ïr/,en r

Sluiten