Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Par. 1836. — Briquet, in Arch. géner. de Méd. 1836. Ang. — P. N. Kingston, in Lancet, 1836. March; Medico-chir. Transact. 1857: in Jacobson's nnd Bressler's Analecten. Bd. I. S. 581; Schmidt's Jahrb. Suppl. Bd. III. S. 761. — W. Hejjdersom , in Edinb. Journ. 1837. No. 133. Schmidt's Jahrb. Bd. XIX. S. 1270. — C. B. Wiihams, 1. c. S. 437; Lond. ined. Gaz. "Vol. XVII. March. 1836. Schmidt's Jahrb. Bd. XIII. S. 287. — Hofer, in Würtemb. Corresp. BI. Bd. VIU. No. 44. Sciimidt's Jahrb. Bd. XXV. S. 35. — Cruveiliiier, Anat. pathol. Livr. 28. Schmidt's Jahrb. Bd. XXII. S. 301. — Mokneret, 1. c. T. II. S. o83. — Piorrï, 1. c. S. 51. u. 77. — /oy, in Library of Med. Vol. III. p. 327. — Kramer, in Schmidt's Eucyclop. Bd. III. S. 401. — Th. Moore, in Lanc. 1841. July, Aug. en$ept. — Corrigan, in Dublin Journ. 1841. July. S. 467. — Skoda, 1. c. S. 261.

§ 171. De ziekten der klapvliezen behooren naar haren ontleedkundigen vorm tot de hoofdstukken over ontsteking en hare uitgangen, over vorming van vreemde weefsels, over verkalking, over atrophie, over verscheuring; daar echter de exsudative zwellingen, de vreemdsoortige uitgroeisels, de kraakbeenen beenvormingen in de kJapvliesstelsels, hunne atrophie enz. in hunne werking op de levende bewerktuiging gemeenschappelijk alleen daardoor zich naar buiten openbaren, dat zij door vernaauwing of door onvolkomene sluiting der aderlijke of slagaderlijke monden de verrigting van den bloedsomloop hinderlijk zijn, en van daar hunne belangrijkheid aan het ziekbed ontleenen, past het ook voor ons doel in het bijzonder, deze afwijkingen gezamenlijk uit dit oogpunt te beschouwen. De afwijkingen, die, gelijk wij zullen zien, in eenen zekeren graad van ontwikkeling de verschijnselen van cardiostenosis of van onvoldoendheid der klapvliezen veroorzaken, kunnen in eene geringere mate bestaan, zonder eenig herkenbaar ziekelijk verschijnsel te weeg te brengen; zoo als b. v. atheromateuse plekken, geringe aanzetsels van kraakbeen, verdikkingen van het weivlies. Kan men zeggen, dat de ziekte nog niet bestaat? Zeker niet; en toch ontbreekt een ziekelijke toestand in den klinischen zin des woords. Daarover spreekt men eerst, wanneer de genoemde veranderingen tot zulk eene hoogte geklommen zijn, dat zij de strooming des bloeds door den veranderden mond meer of minder belemmeren (Williams verstoppingsziekten), of aan den reeds door den mond voortgedreven bloedgolf door onvolledige sluiting van het klapvlies eene teruggaande beweging toestaan (Williams terugborrelende ziekten). Beide toestanden kunnen in een en hetzelfde klapvlies te zamen voorkomen, zoo als later zal aangetoond worden.

Ontleedkundige kenmerken.

§ 172. De naauwkeurige kennis van het gezonde maaksel der klapvliezen van het hart moet als bekend voorondersteld worden; hun grondslag bestaat voornamelijk uit een vezelig weefsel, dat met eene verdubbeling van het weivlies, dat de inwendige vlakte van het hart bekleedt (endocardium) wordt overtrokken. Door de vorderingen van den leeftijd ondergaan deze weefsels, voornamelijk het weivlies, dikwijls veranderingen, die men dient te kennen, voor zoover zij niet zelden als de punten van aanvang der hier besprokene ziekelijke veranderingen moeten beschouwd worden. Volgens Bizot's onderzoekingen is in den jeugdigen leeftijd het endocardium volmaakt doorschijnend en heeft in zijne geheele uitbreiding' eene gelijkmatige dikte j bij het

Sluiten