Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het hartezakje, door aneurysma der opklimmende aorta voortgebragt worden, zij kan als oorspronkelijk vormingsgebrek en zonder eenige ziekte der borstingewandèn bestaan; alleen dan verkrijgt dit teeken waarde, wanneer het van den eenen kant gelukt, bij uitsluiting de mogelijkheid van het bestaan der genoemde toestanden te erkennen, en wanneer zich van den anderen kant andere stellige teekenen van pericarditis daarmede verbinden.

§ 218. b) Litgestrehte dofheid van den percussietoon der hartstreek. Dit teeken ontbreekt, zoolang er nog geene uitzweeting aanwezig is, (in de zoogenoemde pericarditis sicca), of wanneer hare hoeveelheid gering is; de uitbreiding van den matten weergalm van het hart is dan tot de gewone ruimte beperkt. Legt zich een gedeelte van de long tusschen het hart en den borstwand, dan laat de percussie dikwijls geene verdere uitbreiding van den doffen toon herkennen, al is ook de vochtverzameling in het hartezakje vrij aanzienlijk (tot ~ pond toe). Bij eene matige uitstorting en bij regelmatige spanning van het hartezakje neemt het hart de laagste plaats in en het vocht verzamelt zich boven het hart en rondom de groote vaten; daarom neemt de dofheid van den weergalm ook het eerst in de lengteafmeting der borstkas bovenwaarts naar het bovenste gedeelte des borstbeens en naar de sleutelbeenderen toe. Bij eene matige verzameling van vocht zakt haar waterpas aan de regter zijde, wanneer men den zieke op de linker zijde laat liggen. Is de hoeveelheid uitgezweete stof gering, dan wordt toch nog somtijds de grootere uitbreiding van den matten percussietoon kenbaar, zoodra men den lijder voorover laat buigen. Wordt de hoeveelheid vocht aanzienlijker, dan neemt de doffe toon dikwijls het benedenste derde gedeelte en zelfs de benedenste helft van het voorste en buitenste gedeelte van de linker zijde der borst in, strekt zich tot aan den regter rand des borstbeens en zelfs tot voorbij denzelven uit, en reikt van den onderrand der borstkas tot aan de 2de rib toe, dringt de longen tegen de wervelkolom achterwaarts, het middelrif, de maag, de lever, de milt naar beneden, hetgeen alles met den plessimeter en den stethoscoop naauwkeurig herkend kan worden; de ruimte, welke de doffe percussietoon inneemt is pyramidaal, hare grondvlakte komt met het middelrif, haar spits met het handvatsel des borstbeens overeen. De weerstand is zeer groot, even als bij uitzweeting na pleuris. Een doffe percussietoon van de hartstreek kan ook door hypertrophie en verwijding van het hart, pleuritische uitzweeting of verdigting der long in de nabuurschap van het hart, door aanzienlijke grootte en hooge ligging van den linker leverkwab, door slagaderbreuk der aorta te weeg gebragt worden; deze toestanden moeten door de teekenen, die hun eigen zijn, worden onderscheiden.

§ 219. c) Hartslag en pols. De bewegingen van het hart zijn in hare menigvuldigheid bij eene eenigzins hevige pericarditis vermeerderd; zij kunnen het getal van 120—140 slagen in de minuut bereiken. Regelmatig blijft haar rhythmus meestal zoo lang, als de vrije beweging van het hart geene werktuigelijke belemmering ondergaat; maar wordt de verzameling van vocht aanzienlijk, of wordt de vrije werking van het hart door stolbare uitzweeting beperkt, of is deze etterachtig, dan komen stoornissen van den rhythmus op; bij eene rijkelijke uitzweeting duurt de onregelmatigheid ook na het ophouden der ontsteking voort. De aanstoot van het hart is ook versterkt, zoo

Sluiten