Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 239. l)e met de roodheid gelijk loopende verandering van het endocardiuin bestaat in losworden , ruwheid, verdikking, murwheid van dit vlies en van deszelfs ondercelweefsel; eene witachtige, grijsgele, roodachtige, eiwitstofachtige uitzweeting zet zich vaak in den vorm van korreltjes of in onregelmatige kleine draden op de klapvliezen, tusschen de verdiepingen der vleeschzuilen af; of men vindt etter onder het endocardium, soms pleksgewijze doorvretingen der inwendige vlakte van het hart of verzwering met doorboring der klapvliespunten, der wanden, des tusschenschots. Men vindt in de hartholten dikwijls voortbrengselen van eenen twijfelachtigen oorsprong; wij bedoelen de zoogenoemde hartpolypen. Men heeft ware en onware hartpolypen onderscheiden. De uitdrukking » polyp" moest eigen lijk voor al deze voortbrengselen zonder onderscheid verbannen blijven ; de eigenlijke slijmvliespolypen zijn uit het onderslijmvliesweefsel voortwoekerende sponsachtige vreemde vormsels, die niets gemeen hebben met de hier bedoelde vezelige zamengroeisels. De onware hartpolypen zijn bloedstremsels, die zich meest van het hart af tak'vormig in de groote vaten uitstrekken, of na den dood of gedurende den doodstrijd ontstaan zijn (Bodilladd wil hun ontslaan in het laatste tijdperk der longontsteking aan het blaasbalggeruisch herkend hebben). Deze stremsels rigten zich naar den vorm der hartholten, vullen ze niet volledig op en hangen nooit vast met de wanden zamen ; naar gelang van de ligging, die men aan het lijk geeft, vindt met het geleiachtig stremsel naar boven, het bloedrood gedeelte lager (Paget). Maar bijzonder in gevallen, waar de verschijnselen van carditis of endocarditis zijn voorafgegaan, vindt men andere vezelige zamengroeisels, die meer of minder aan de wanden vastzitten, niet of moeijelijk van dezelve kunnen losgemaakt worden , in de groeven en verdiepingen der inwendige vlakte van het hart indringen; zij zijn eiwitachtig, witachtig, veerkrachtig, laagsgewijs, oneffen, gelijken op de ontstekingskorst van het bloed; somwijlen vertoonen zij roode punten en lijnen, die Bodilladd voor beginselen van nieuw ontwikkelde vaten houdt. Men heeft deze zamengroeisels met de scbijuvliezige vormsels in den croup vergeleken (carditis polyposa) en het gevoelen van Bodilladd, die ze deels voor eene ziekelijke afscheiding van het endocardium, deels voor een door den vochtstilstand begunstigd uitzak sel uit het langs de ontstokene deelen voorbijstroomend bloed houdt, verdient voor menige gevallen de opmerkzaamheid. De vorming van stremsels in het bloed wordt, zoo als Hasse aanmerkt, dikwijls ook door de bijmenging of het schudden met zekere zelfstandigheden, zoo als inzonderheid etter, tuberkelmassa, mergsponsgezwel te weeg gebragt, en Hasse toont aan, dat zelfs zamengroeisels, die in hun binnenste vloeibaren etter bevatten, niet noodzakelijk het voortbrengsel van endocarditis moeten zijn.

§ 240. Etter is soms in de vezelstofstremsels ingesloten , óf doordat de etter het stremmen bewerkte en het gestolde zich daar rondom heeft afgezet, óf doordat de etter door opslorping, haaraantrekking in het stremsel doordrongen is, óf zoo als Dopüytreh gelooft, ten gevolge van een ontstekingachtig bedrijf in het gestolde zelf. De etter kan door het ontstoken endocardium afgescheiden of uit verwijderde etterverzamelingen, b. v. uit ontstokene aderen door den bloedstroom in de hartholten zijn gekomen; etter in het hart is dus niet altijd een voortbrengsel van eene ontsteking in dit

Sluiten