Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deel. De in het hart afgescheiden etter kan door het bloed mede voortgespoeld en de oorzaak van metastatische abscessen worden.

(J 241. b) Myocarditis. Idiopathische ontsteking von de vleeschzelfstandigheid van het hart schijnt uiterst zeldzaam te zijn; meestal verbreidt zich de vochtstilstand van het endocardium op het celweefsel, dat de spiervezelen verbindt. Aanvankelijk netsgewijze digte opspuiting van het tusschenspiercelweefsel; zwelling der vleeschzelfstandigheid door weiinfiltratie; de roodheid wordt op bloeduitvatingen gelijkend ; het in het celweefsèl uitgestort vocht verweekt de spiervezelen; haar weefsel wordt murw, verweekt; eindelijk neemt de uitzweeting, waarmede het hart als het ware doortrokken is, de dikte en het aanzien van etter aan; deze is verspreid of verzamelt zich tot abscessen. De verweekte spierzelfstandigheid is bruinrood, geel of grijsachtig gekleurd, naar mate van de bijvoeging van bloedrood bij den etter. Niet elke verweeking der zelfstandigheid van het hart ontstaat uit vochtstilstand, ook door kwaadsappigheid en bloedontbinding, inzonderheid na typheuse koortsen, kan zij voortgebragt worden; maar dan zijn alle weefsels des ligchaams, inzonderheid het spierstelsel, meer of minder slap en kleurloos. Bouillaïd en Williams hebben nimmer de myocarditis zonder gelijktijdige endo- of pericarditis waargenomen.

Algemeene ontsteking van de gezamenlijke weefsels van het hart schijnt slechts hoogst zelden plaats te grijpen. De endo- en myocarditis zouden in koudvuur kunnen afloopen; echter blijft deze uitgang nog zeer twijfelachtig. Door het openbreken van een absces in eene hartholte of in het hartezakje kan verzwering ontstaan en deze kan weder verscheuring van het hart of de ontwikkeling van een zakvormig aneurysma na zich slepen.

Yer s.c h ij n s el en.

^ 242. a) Endocarditis. De endocarditis heeft een acuut of slepend beloop. De subjective en koortsverschijnselen zijn naauwelijks van die van pericarditis te onderscheiden. Bij eenvoudige endocarditis heeft bijna nimmer pijn in de hartkuilstreek plaats, zoo als bij pericarditis , maar veeleer een gevoel van ongemakkelijkheid, van drukking, van hevige angst; werkelijke pijn zou volgens Bouillaud bijna altijd van zamenstelling der endocarditis met pericarditis of pleuris afhangen. De hartstreek wordt bij endocarditis hevig door de oproerige hartkloppingen geschokt; deze deelen aan de betastende hand het gevoel van trillend snorren mede en de aanstoot van het hart laat dikwijls door de auscultatie een met de zamentrekking der kamers gelijktijdig metaalklinken waarnemen. De menigvuldigheid van den hartslag is tot 120—160 zamentrekkingen in de minuut vermeerderd, somtijds zonder dat hitte, dorst en andere verschijnselen eene bijzondere hevigheid der koorts aanduiden. Tevens zijn de hartslagen dikwijls onregelmatig en tusschenpoozend. Zeer verschillend van het karakter der hartslagen gedraagt zich de slagaderpols, terwijl de eerste hevig en oproerig zijn, kan , inzonderheid wanneer er zich reeds vezelige zamengroeisels aan de klapvliezen gevormd hebben , de pols klein en zwak, en het getal der polsslagen geringer zijn dan dat der hartkloppingen. Maar karakteristiek voor de endocarditis is een door den stethoscoop waarneembaar aanvankelijk week en van lieverlede ruwer wordend blaasbalggeruisch, dat de beide na-

Sluiten