Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 2-t6. b) Myocarditis. Wij houden de herkenning der geheel alleen verschijnende myocarditis met Cazaheuve tot hiertoe voor onmogelijk. De voornaamste tot dusver waargenomene verschijnselen zijn: levendige, plotseling ontstaande pijn juist met de ligging van het hart overeenkomend, buitengemeene zwakte, angst en gejaagdheid, veelvuldige aanvallen van flaauwte, hevig hartkloppen, dat spoedig in eene ongestadige en onregelmatige beweging van dit deel overgaat, koude rillingen, koorts j ontbreken van de natum kundige teekenen varf endo- en pericarditis; in zeer weinig dagen doodelijke afloop (1).

Beloop en uitgangen van de endocarditis.

§ 247. De endocarditis kan acuut en slepend verloopen; zeer dikwijls is de slepende endocarditis een volgtijdperk van de acute; zeldzamer vormt de acute endocarditis een tusschentijdperk van de slepende. Op den duur der ziekte hebben de oorzaken, de hevigheid en uitgebreidheid van den vochtstilstand, het gestel en de ouderdom des lijders, de zamenstelling en de krachtdadigheid en tijdigheid der behandeling invloed. Het beloop is niet altijd aanhoudend regelmatig en wordt soms door nalatingen afgebroken, waarop weder spoedig verheffing van alle verschijnselen volgt. De meest acute gevallen nam Bodihaüd waar ten gevolge van plotselinge verkouding bij lymphatisch-bloedrijke voorwerpen, die men opwekkende middelen, heeten wijn, enz. had toegediend, om de onderdrukte uitwaseming weder met geweld te herstellen. Is de endocarditis met longontsteking, pleuris, pericarditis, aderontsteking zamengesteld, dan is ook haar beloop gewoonlijk zeer acuut.

(') Coplaïtd schildert de ware hartontsteking volgens Heim's , Kradse's en zijne eigene waarnemingen als volgt af: » De zieke klaagt over eene hevige pijn in de hartstreek en kwellende angst, met voorafgaande of begeleidende rillingen, koude huiveringen of bevingen van bet gebeele ligcbaam. Hierbij komt spoedig hitte in de hartkuilstreek, of in den romp, met koude der ledematen en des gelaats en zweet over de geheele oppervlakte des ligchaams. De pijn zet zich vast in de hartstreek, is scheurend, en gaat met de grootste onrust, angst en vertwijfeling, soms ook met algemeene stuipen en ilaauwten gepaard. De zieke voelt iederen hartslag, rolt zich, om verligting te krijgen, heen en weder en drukt de hand zoo vast mogelijk op den hartkuil. De borst verheft hij, maar laat daarentegen het hoofd achterover zakken, terwijl koud zweet zijn gelaat en zijne handen bedekt; hij wordt door dorst gekweld, en weigert toch te drinken, wanneer» men het hem geeft; hij spreekt veel en ijlt ook wel, wanneer de ziekte voortgaat. Zoo lang er nog geen bloed ontlast is, is de,pols onduidelijk, snorrend, stormachtig; na de aderlating ontwikkelt zich intusschen de werkzaamheid van het hart vrijer,, en er komen kwellende hartkloppingen met Ilaauwten afwisselend op. Onmiddellijk na het openen van de ader ontstaan soms stuipen of flaauwten; echter kan men, wanneer men de opening, totdat de zieke weder tot zichzelven komt, met den vinger bedekt, eene voldoende hoeveelheid bloeds ontlasten, waardoor alle verschijnselen in hevigheid nalaten. De pols, ofschoon zeer afwisselend, is doorgaans ongelijk of onregelmatig, en het onophoudelijk klagen over pijn vormt het meest uitkomend verschijnsel. Deze pijn wordt door iedere zamentrekking van het hart verergerd, zoodat de zieke over hartkloppingen klaagt, ofschoon men geene vergrooting van den aanstoot kan merken. Wordt de ziekte niet snel gebroken, dan verschijnt óf de dood onder bestendige onrust, terugkeerende flaauwten en ijlen, óf de ontsteking breidt zich op het endocardium en pericardium uit enz. De aanval geschiedt doorgaans plotseling, en de ziekte bereikt tegen den derden dag haar hoogste punt." (Copland t. a. p. S. 659). Al deze verschijnselen kunnen echter evenzeer de endo- en pericarditis, als de spierontsteking van het hart begeleiden en eindelijk geven altijd alleen de natuurkundige teekeuen de beslissing, met welke ziekte men eigenlijk te doen heeft.

Sluiten