Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C. SCORBUTISCHE BLOEDUITZWEETING IN HET HARTEZAKJE. (HAEMOPERICARDIUM SCORRUTICÜ1 PERICARDITIS EXSUDATORIA SANGUINOLENTA SEIDL1TZ).

§ 263. Eene door Seidlitz te St. Petersburg waargenomene ziekte, welke hij voor dezelfde houdt als de morbus cardiacus der ouden (verg. Caelids Adrelianus, de morbis acutis et chronicis cap. XXXI en XXXII).

§ 264. Scheurbuik is de voornaamste oorzaak, de bloeduitzweeting in het hartezakje alleen een gevolg der scorbutische bloedontmenging. Een epidemische en individuele aanleg begunstigde haar ontstaan; eenige zieken hadden vroeger scheurbuik gehad, of leden er nog aan, weder anderen waren vrij, de meeste genezenen kregen hem later zeer sterk. Het hart werd in den loop der ziekte vrij, zoodra zich scheurbuik in de voeten, in de milt, de lever of in de longen vestigde.

§ 265. De overige ter voortbrenging der ziekte medewerkende oorzaken (het jaargetijde van Februarij tot September, de epidemische gesteldheid, het gelijktijdig voorkomen van pleuris, de jeugdige leeftijd, verkouding enz.) zullen wel aan deze scorbutisch-epidemische ziekte haar geheel eigenaardig karakter medegedeeld hebben, dat haar als eene soort van acuten scheurbuik , scorbutische koorts onderscheidt.

§ 266. Seidlitz beschrijft het eerste tijdperk der ziekte als eene hevige synochale koorts, welke met meer of minder ongemakken op de borst en met verheffingen tegen den avond 2—3 dagen lang toenam. Nu zoude er beterschap verschijnen, doordat er scheurbuik aan de beenen uitbrak, of er deed zich bloeduit zweeting in het hartezakje met de verschijnselen van eenen aanval van hartkramp op: versnelde, hijgende, koele ademhaling, benaauwdheid; de huid en de tong koud en het hoofd en bovenlijf met koud, kleverig zweet bedekt, uitzetting van de borstkas; matheid van den toon in de hartstreek; de pols klein, ledig, zeer menigvuldig; duizeling, flaauwte; de zieke zag er op het laatst uit als een choleralijder. Gewoonlijk des avonds verergering, die den nacht doorduurt en op den 2den of 3den dag doodt. Ook is de dood door borstwaterzucht mogelijk.

§ 267. In de lijken vond men eene verzameling van 2—6 pond donkerrood vocht in het hartezakje zonder eenig stremsel; afzetting van een dunne eiwit- en vezelstoflaag op het geheel zeer klein en zamengedrukt hart en op de inwendige vlakte van het hartezakje het weivliesbekleedsel van het hart blaauwachtig; de zelfstandigheid van het hart hard en donkerblaauw.

§ 268. De middelen, die Seidlitz aanwendde, waren aderlatingen (zelfs wanneer er reeds uitzweeting had plaats gegrepen!), koppen, verkoelende middelen, zuren, wasschingen, pappen met azijn, huidprikkels; in een later tijdperk digitalis, spiritus nitri dulcis, kina met zuren en Spaanschevliegenpleisters, om de opslorping in het hartezakje aan te zetten (1)

(1) Verg, Hbckïr's Annalen. 1855. Bel. 2. Hft 2.

Sluiten