Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D. POLYPEN VAN HET HART, (CARDITIS POLYPOSA, HEMOCARDIOPLASTIES PIORRÏ).

Verg. de Literatuur in J. Fn.ure, Praecepta etc. P. II. Vol. II. Sect. II. p. 190; en Corland , 1. c. Bd. IY. p. 732. — Lobsteut, 1. c. Bd. II. p. 454. — Naiimann, 1. c. Bd. II. S. 124. — Litthé, Art. Polypes da coeur in Dict. de Méd. 2de édit. p. 360. — dézeimeris , in Mém. sur les découvertes en anatomie pathol. Arch. gén. de Méd. T. XX. — Legroüx , Rech. sar les concrétions sanguines dites polypiformes. Par. 1827, — Boüillaüd, Traité clin. des mal. du coeur. Art. Endocardite en Concrétions du coeur. — Monneret etc. 1. c. T. II. p. 322. — Piorry^ Traité de Méd. prat» T. I. p. 143. — Jor, in Libary etc. Vol. III, p. 372. — Hasse, 1. c. p. 159.

§ 269. Ofschoon wij reeds bij de beschrijving der endocarditis eenige opmerkingen over de zoogenoemde hartpolypen hebben laten invloeijen, hebben toch deze vormsels te langen tijd eene zoo groote rol in de ziekteleer van dit deel gespeeld en hun oorsprong is ook thans nog te weinig onderzocht, dan dat de volledigheid van dit werk niet zou eischen, dat dit gewigtig onderwerp nader werd besproken.

§ 270. De ruimte laat ons niet toe, hier de voor Morgagni's tijd in omloop gebragte meeningen over de polypen, die ons eene ongerijmde nomenclatuur als een trouw bewaard erfdeel hebben nagelaten, uitvoerig na te gaan. Tegenwoordig onderscheidt men vrij algemeen onware en toare polypen van het hart en begrijpt onder de eersten die zamengroeisels in de holten van het hart, welke door den stilstand des bloeds na den dood of in den doodstrijd gevormd zijn, — onder de laatsten dergelijke stremsels, wier oorsprong van langeren tijd- vóór den dood zou dagteekenen.

Ontleedkundige kenmerken.

§ 271. Het was natuurlijk, dat men voor de beide pasgenoemde zamengroeisels van eenen verschillenden tijd van oorsprong ook onderscheidene ontleedkundige kenmerken opzocht. Even als het uit de ader gelaten bloed eerst in eenen gelijkmatig rooden koek stolt, en dan langzamerhand groenachtige, grijze of gele eilandjes van vezelstof als ontstekingskorstjes op de oppervlakte afgezet worden en eindelijk de ontstekingskorst gelijkvormiger , aanvankelijk nog met roode vlekken, het roode bloedstremsel bedekkend, voorkomt, evenzoo maken de in de hartholten (vooral in die van de regter zijde en weder meer in den regter boezem dan in de kamer) dikwijls waargenomene bloedstremsels of onware polypen in het vroegste tijdperk hunner ontwikkeling eenen gelijkvormig rooden weeken klomp uit, die overal in het net van de vleeschzelfstandigheid der inwendige oppervlakte van het hart indringt, met wormsgewijze vertakkingen in de oorsprongen der groote vaten uitsteekt, en ligt van de binnenvlakte van het hart los te maken is; onderzoekt men later, dan heeft de gladde glinsterende oppervlakte van dit stremsel het gele aanzien der ontstekingskorst eilandsgewijs of gelijkvormig aangenomen en bevat daaronder het roode stremsel; eindelijk vormt het stremsel eene geleiachtige massa, die na korteren of langeren tijd van haar bestaan weeker en Jnet wei doortrokken, of digter, op spierzelfstandigheid gelijkend wordt j het-

Sluiten