Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«elfde ^ stremsel kan op verschillende plaatsen verscheidenheden in kleur en vastheid vertoonen.

$ 272. Andere vormsels van deze soort in de hartholten, de zoogenoemde ware polypen zijn vaster en taaijer dan de pas beschrevene stremsels, geel, bleek, vleeschkleurig, dikwijls blaauwachtig, dikwijls als uit verscheidene onregelmatig over elkander liggende lagen zamengesteld, zij hangen vast met de inwendige vlakte van het hart zamen, en breken eer in hunne eigene zelfstandigheid, dan dat zij zich van hunnen bodem laten losmaken, zijn ruw op hunne oppervlakte, rond of langwerpig, met vertakkingen, somwijlen als een schijnvlies dun over het endoeardium uitgebreid. Slechts zelden maken zij eene afzonderlijke zamenhangende massa uit, maar vormen ongelijke, soms door geronnen bloed, soms door eene bruinachtige of grijze brijachtige massa met elkander verbondene ophoopingen. Hunne verbinding met het inwendig vlies van het hart is dikwijls door eene soort van stolbare grijslymphatische tusschenlaag te weeg gebragt, zij hangen daaraan met vezelige draden vast en scheidt men ze van het inwendig bekleedsel van het hart af, dan heelt dit niet zijne natuurlijke gladheid, maar een ruw aanzien en vertoont somtijds bloederige vlekken, deze ontdekt men ook in deze zamengroeisels zelve en moet ze voor eene beginnende nieuwe vaatvorming houden. (Deze laatste moet men wel onderscheiden van de bloederige vlekken in versche stremsels). De verbinding tusschen het zamengroeisel en het endo. cardium bepaalt zich, of slechts tot eene of meer omschrevene plaatsen, óf is over de geheele vlakte uitgebreid. Dikwijls zijn de vleeschkolommen daardoor plat gedrukt. Volgens Laenhec laten de oudere zamengroeisels van dien aard zich stuk wrijven, en gelijken op oude kaas of op vezelstof uit oude slagaderbreukzakken. Vele dezer ware polypen naderen in hunne kenteekenen tot de reeds beschrevene wratvormige nieuwe vormsels en maken misschien den overgang daartoe uit. Of zij zich in deze veranderen, zoo als sommigen aannemen, is nog twijfelachtig. Ddpbytren en anderen namen aan, dat deze ware polypen zelve weder voor eene inwendige verandering, ontsteking, vatbaai zijn, omdat men soms hun middelpunt verweekt, grijsachtig, roodach-

' gegranuleerd, in ichor of etter veranderd vindt. Of deze uitlegging juist is blijft zeker nog twijfelachtig, want de etter kan als zoodanig in e hartholte afgezet zijn, en om hem kan het polypeus stremsel zich vast gekrystalliseerd hebben. Dat men behalven etter ook tuberkel- en kankerstof in de stremsels kan vinden, is reeds op eene andere plaats vermeld.

V erschij nselen.

§ 273. Zoo lang het over het geheel twijfelachtig is, hoe en op welken tij es evens zich de pas beschrevene zamengroeisels vormen, mag men ook va n et uit de verschijnsel leer geputte beeld dezer ziekte (zoo de polypen < ïen naam ten minste verdienen) niet verwachten, dat het ver hoven eene op gissingen berustende voorstelling zal reiken. Men zou het bestaan van polypeuse stremsels in de hartholten mogen vermoeden, wanneer in het beloop eener acute hartontsteking, nadat tot dusver de moeijelijkheden in de a emiahng weinig gewigtig waren, eensslags de hevigste orthopnoea, gejaagdheid, benaauwdheid om het hart, neiging tot flaauwte verschijnt, wann , S rIaart'j duister, hoogst onregelmatig, stormachtig, verward

1 v 11. i . q

Sluiten